A weekly web log in Dutch and English to share my passion for jazz, jazz-related music, record collecting and other music projects that surprise me. | Een wekelijkse weblog in het Engels en het Nederlands waarin ik mijn passie voor jazz, jazz-verwante muziek, platenverzamelen en verrassende projecten met anderen wil delen.
David "Fathead" Newman. (Porgy en Bess, Terneuzen, februari 1998)(foto: Hans Koert) David “Fathead” Newman werd geboren in Corsicana, Texas in februari 1933, maar hij groeide op in Dallas. Daar bezocht hij de Lincoln High School. Het was tijdens zijn studie op die school dat hij zijn bijnaam Fathead kreeg, dat in American slang, Bargoens zo je wilt, zo iets als sukkel betekent. Zijn muziekleraar noemde hem zo, toen hij eens tijdens een repetitie van het schoolorkest met zijn bladmuziek ondersteboven op de lessenaar zat te spelen; toen al speelde en improviseerde hij uit zijn hoofd.
Na zijn middelbare school ging hij naar het Jarvis Christian College om theologie te studeren, maar maakte die studie niet af en ging als muzikant aan de slag bij het orkest van Buster Smith, bijgenaamd de Professor. Daarna speelde hij ook nog eens bij Connors, waardoor hij in het schnabbel circuit terechtkwam van dansavonden in de parochiezaal tot optredens in de kroeg. Hij ging ook spelen in Rhythm & Blues bands, zoals die van Lowell Fulson en T-Bone Walker, die erg populair waren in die dagen.Ray Charles and his Orchestra in 1960. Fathead Newman zit gedeeltelijk verstopt achter de tweede Raelett van link.
Daar leerde hij Ray Charles kennen en toen Ray een eigen band oprichtte werd hij gevraagd om er bij te komen; eerst als baritonsaxofonist, later op tenor. Met deze band moet hij in mei 1963 ook in Nederland opgetreden hebben ( al heb ik de precieze bezetting niet kunnen achterhalen), in de Houtrusthallen in Den Haag en in de RAI in Amsterdam. Drie maanden later is de band van Ray Charles weer terug in Nederland; dan voor een concert in het Kurhaus in Scheveningen.
Ray Charles tijdens het concert in de RAI, Amsterdam ( 11 mei 1963)( foto Nico van der Stam)
Ik vind het leuk om uit die periode een fragment te laten zien, waarin we de band van Ray Charles zien optreden met een tenorsolo van David Fathead Newman: Just A Little Lovin'
In november 1958 maakte hij zijn eerste opnamen op het Atlantic label onder eigen naam, getiteld Fathead en daarna zouden nog heel wat opnamen volgen. Ik heb mijn verzameling eens omgekeerd en kwam o.a. een Blue Note met het Lee Morgan Quintet tegen met een opname uit 1967 getiteld Sonic Boom, waarin Fathead Newman tenorsax speelt. Hank Crawford en Fathead Newman
Een andere plaat is die met het Hank CrawfordOrkest, waarin Fathead Newman op tenor, Randy Brecker op trompet, Dr. John aan de toetsen en Houston Person, die eveneens op de tenor te horen is. Hank Crawford (altsax)zat samen met Fathead Newman in het Ray Charles-orkest en bezocht ook in 1963 Nederland. Fathead maakte prachtige opnamen met Hank Crawford, die ook present was op de eerder genoemde Atlantic LPFathead. Ik heb enkele nummers van hun Roadhouse Symphony album gespeeld, een eerbetoon aan hun periode bij Ray Charles (Precious Lord and Tragick Magick). (wordt vervolgd)
Hans Koert
Hank Crawford (1934-2009)
Op de dag dat ik deze blog publiceerde, donderdag 29 januari 2009, overleed Hank Crawford. In deze bijdrage heb ik over de samenwerking tussen Fathead en Hank gesproken. Bennie Ross Crawford, Jr., Hank voor zijn vrienden, overleed een paar dagen na zijn collega en vriend Fathead Newman eveneens op de leeftijd van 75 jaar.
EEN (SELECTIEVE) DISCOGRAFIE VAN DAVID FATHEAD NEWMAN (zoals ik die in mijn verzameling heb gevonden).
freddie green/king of rhythm session ( = 1 track: as ray charles orchestra)(1959) les tresors du city jazz 1956/CD 64 (= 1 track as ray charles orchestra) (1956) lee morgan/sonic boom ( 1967) rein de graaff/confirmation (1996) hank crawford/roadhouse symphony (1985) james clay/cookin' at the continental (1991) roy hargrove/the vibe (1992) kansas city band/ a robert altman film ( 1995)
kansas city band/kc after dark (1995) roy hargrove/family (1995) david fathead newman-marchel ivery-rein de graaff trio/blue greens & beans(1990) david "fathead"newman/mr. gentle mr. cool (1994) david fathead newman/cityscape (2005) rh factor/distractions (2005)
Als ik op platenjacht ben, vind ik af en toe wel eens wat, dat schijnbaar niet altijd helemaal past in mijn verzameling; maar schijn bedriegt. Zo'n mooi voorbeeld is de Atlantic LP: Jean-Luc Ponty - Enigmatic Ocean. Jean-Luc Ponty, geboren in Frankrijk in september 1942, studeerde viool op het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris ( in goed Nederlands: Het conservatorium van Parijs) en startte zijn carrriere als klassiek violist in een symphonieorkest genaamd Concerts Lamoureux. Terwijl hij druk was met het klassieke repertoire, maakte hij ook kennis met de jazz, zoals de muziek van Miles Davis en John Coltrane en ging klarinet en saxofoon spelen. Hij leerde zich jazz spelen op deze instrumenten, maar koos er uiteindelijk voor om deze muziek op de viool te gaan spelen - een niet zo voor de hand liggende keuze. Of toch wel?
Na een aantal jaren klassiek-uitvoerend musicus moest hij kiezen: of verder gaan in de klassieke muziek of zich helemaal wijden aan de jazz. Het werd het laatste. De manier waarop hij bebop-jazz ging spelen op zijn viool oogste overal waardering en bewondering. Zijn geluid en improvisaties op de viool waren niet te vergelijken met andere jazzviolisten. Je kunt dat goed horen op één van zijn eerste platen Violin Summit, dat hij samen maakte met de grootten op de viool uit die dagen: Svend Asmussenen Stuff Smith. Ik besprak deze schitterende Violin Summitplaat in een eerdere bijdrage. In 1967 trad hij voor de eerste keer op in de Verenigde staten tijdens het Monterey Jazz Festival op uitnodiging van John Lewis met zijn Modern Jazz Quartet. Hij oogste hiermee alom lof en zijn bedje leek gespreid.
In de jaren zeventig krijgen popartiesten als Elton John en Frank Zappa belangstelling voor hem en hij maakt platen en gaat met ze op tournee. In de jaren zeventig verhuist hij naar Californië en speelt daar met musici als John McLaughlin en zijn Mahavishnu Orchestra. Hij krijgt een platencontract bij Atlantic, waar hij een tiental platen maakt, waaronder die ene die ik op een rommelmarkt vond: Enigmatic Ocean. Deze plaat werd een hit in 1977 en bereikte zelfs de Amerikaanse top 40. De muziek op de plaat kun je benoemen als jazz-fusion en ik mag dat wel af en toe. Critici stellen dat zijn electrisch versterkte viool af en toe wel erg op de voorgrond treedt ten koste van het geheel. Ik zie dat niet zo.
Ik vind het leuk om een filmfragment te laten zien waarin Jean-Luc Ponty een deel van zijn Enigmatic Ocean laat horen, dan kun je zelf beoordelen of dit iets voor je is. Deze plaat Enigmatic Ocean is één van die platen in mijn verzameling, die eerder de popkant opgaan dan jazzmuziek bevatten, maar ik mag hem graag horen. Als je er goedkoop tegen aan loopt moet je de gok maar eens wagen - ik denk dat je er geen spijt van krijgt. Hans Koert -keepswinging@live.nl
Op deze dagelijkse Keep Swinging blog wordt binnenkort de 1000ste bijdrage geplaatst. Om dit te vieren wil ik een aantal populaire onderwerpen onieuw plaatsen. Geef je voorkeur op of kies één van de twee suggesties hieronder en maak kans op de Lonehill Jazz CD van Frank Rosolino. Geef je voorkleur vandaag nog door: keepswinging@live.nl Een paar voorstellen:
Lee Morgan trumpet - Benny Golson tenor saxophone - Bobby Timmons piano - Jymie Merritt bass - Art Blakey drums. Moanin' - Are You Real - Along Came Betty - The Drum Thunder Suite - Blues March - Come Rain or Come Shine Recorded in Hackensack NJ (USA) in the Rudy Van Gelder Studios on the 30th of October 1958 for Blue Note
This album contains the third version of the Jazz Messengers. New musicians were Benny Golson, responsable for the tenor sax sound of course, but also responsable for several compositions on this record like Are You Real, Along Came Betty, The Drum Thunder Suite and, of course, his great hit Blues March. He would stay for two years in Art Blakey's Jazz Messengers. Also Bobby Timmons, the piano player was new in this band. He was responsable for the title tune Moanin' which would become the Jazz Messengers first hit and maybe the best known tune for Art Blakey to remember. There are but few film fragments of this great all-star band, but I found a preview of this band playing in Belgium, with a young 20 years oldLee Morgan, who just finished his first professional job in Dizzy Gillespie's Big Band. Enjoy this preview, made a month after this Moanin' recording session - now 50 years ago.
( Naar de Nederlandse vertaling.) Some months ago I bought myself in Copenhagen ( in Jazzklubben, a record shop at the Gothersgade) the Les Liaisons dangereuses soundtrack with Art Blakey´s Jazz Messengers avec Barney Wilen ( = with Barney Wilen).This film was released in 1960 and directed by Roger Vadim, starring Jeanne Moreau, Gerard Phillipe and Annette Vadim. Well - I'm not really interesting in the film ( a bit - I'll explain later .... ), but I'm anxious to learn more about the sound track. This album with the Bande Originale Integrale de Art Blakey's Jazz Messengers is, as Ilearned, not the complete sound track.
Shot from the film with Kenny Clarke, drums and Kenny Dorham on trumpet.
I learned that it was intented to ask Thelonious Monk to do the soundtrack while on tour in Paris, but, unfortunally that tour was cancelled so Marcel Romano, who ws responsable for the soundtrack had to go to New York with the scripts and a list with the exact timings for each scene. Thelonious Monk recorded with his quintet, featuring Charlie Rouse and Barney Wilen on tenor saxophones, Sam Jones on bass and Art Taylor on drums. They recorded part of the sound track at the Nola studios in New York around the 27th of July 1959. This session was used in the film, but it seems that it was never released on CD.
Shot from the studio: Lee Morgan, Art Blakey, the producer and (prob) Duke Jordan or Bobby Timmons.
I found a short compilation of some shots and you can see a fragment of Miguel's Party with Blakey's music and others with Thelonious Monk's.
Art Blakey played with his Messengers the music from the so-called party-scenes at Miguel's used in the film on the 28th and 29th of July 1959. The musicians recorded tunes, like No Problem, Prelude in Blue, Valmontana, Miguel's Party, Weehawken Mad Pad and No Hay Problema which can be labeled as a latin version of No Problems. Shot from the studio with in front Barney Wilen.
In the film this group was called The Afro Cuban Boys. The musicians that made the music were Art Blakey on drums of course, Lee Morgan on trumpet, Barney Wilen on soprano and tenor saxophone ( he was also on the Monk sound track recordings), Duke Jordan and Bobbby Timmons at the piano, Jimmy Merritt bass, John Rodrigez on bongos and Tommy Lopez and William Rodriguez on congas. Barney Wilen, the liner notes read, had played at Newport with Toshiko Akiyoshi and Roy Haynes. Although I have searched on internet I haven't found scenes from this so-called Miguel's party in which this music was used. And that's a pity, because I love to see it ..... because, it is remarkable, that on the film set some other musicians were "playing": Kenny Dorham was on the film the trumpet player, but the sound was made by ..... Lee Morgan. Kenny Clarke plays the drummer man, while on the sound track Art Blakey makes "the noise for the talkies". Both Barney Wilen and Duke Jordan were on the film too, and that's why I love to see fragments of that scenes. Can someone help me?
Thelonious Monk Quartet: Thelonious Monk piano - Ahmed Abdul-Malik bass - Roy Haynes dm: Blue Monk = Coming On The Hudson = Epistrophy = Evidence = Light blue = Rhythm-a-ning. Recorded live at The Five Spot Café in New york City on the 7th of August 1958, today fifty years ago, and released on Thelonious in Action ( RLP12-262)
Other tunes recorded on this day were released on Misterioso (RLP 12-279)
Een paar maanden geleden kocht ik bij Jazzklubben aan de Gothersgade in Kopenhagen in de CD Les Liaisons dangereuses soundtrack met Art Blakey´s Jazz Messengers avec Barney Wilen ( = met Barney Wilen). Deze film ging in premiere in 1960 en was geregiseerd door Roger Vadim, met als hoofdrolspelers Jeanne Moreau, Gerard Phillipe en Annette Vadim. Nu ben ik niet echt in de film geintereseerd ( of eigenlijk toch wel; daarover later ...) maar meer in de soundtrack. Deze plaat namelijk met the Bande Originale Integrale de Art Blakey's Jazz Messengers is, ontdekte ik, niet de hele soundtrack.
Shot uit de film met Kenny Clarke op slagwerk en Kenny Dorham op trompet.
Het was de bedoeling dat Thelonious Monk de soundtrack zou opnemen tijdens zijn tour door Europa in Parijs, maar deze serie concerten ging niet door. Marcel Romano, die verantwoordelijk was voor de muziek bij de film, reisde toen naar New York, met een script vol nauwkeurige aanwijzingen en informatie over de lengte van de sets. Hij nam de muziek op met Thelonious Monk en zijn Quintet met daarin Charlie Rouse en Barney Wilen op tenorsax, Sam Jones op bas en Art Taylor op slagwerk. Ze namen een deel van de soundtrack voor de film op in de Nola studios in New York rond de 27ste juli 1959. Deze opnamen zijn gebruikt in de film, maar schijnen nooit heruitgebracht op CD.
Shot uit de studio: met Lee Morgan, Art Blakey, de producer en (waarschijnlijk) Duke jordan of Bobby Timmons.
Ik vond een korte compilatie met drie fragmenten uit de film, waarbij je een fragment van Miguel's Party ziet met Blakey's muziek en een ander fragment met de muziek van Thelonious Monk.
Art Blakey speelde met zijn Messengers, de muziek voor de zgn. party-scene bij Miguel's gebruikt in de film. De musici namen nummers op als No Problem, Prelude in Blue, Valmontana, Miguel's Party, Weehawken Mad Pad en No Hay Problema, dat je als een Latijns-Amerikaansee versie van No Problems kunt beschouwen.
Shot uit de studio met op de voorgrond Barney Wilen.
In de film worden ze The Afro Cuban Boys genoemd. De musici die de muziek maakten waren Art Blakey op slagwerk uiteraard, Lee Morgan op trompet, Barney Wilen op sopraan- en tenorsax ( hij speelde ook mee op de Monk soundtrack), Duke Jordan en Bobbby Timons aan de piano, Jimmy Merritt bas, John Rodrigez on bongo en Tommy Lopez en William Rodriguez op conga's. Barney Wilen, volgens de bijgevoegde informatie, had op het Newportfestival gespeeld met Toshiko Akiyoshien Roy Haynes. Hoewel ik zorgvuldig op het internet heb gezocht, kon ik geen bewegende beelden van deze zgn. Miguel's Party vinden, waarin deze muziek te horen is. En waarom wil ik dat zo graag ook zien? Omdat niet de bovengenoemde musici op de film "spelen", maar op trompet Kenny Dorham, die de muziek van ...... Lee Morgan playbacked en Kenny Clarke die "speelt" achter de drums van Art Blakey. Zowel Barney Wilen als Duke Jordan waren op de film te zien ....... en daarom wil ik graag dat fragment eens bekijken. Wie kan me helpen?
Thelonious Monk Quartet: Thelonious Monk piano - Ahmed Abdul-Malik bas - Roy Haynes slagwerk: Blue Monk = Coming On The Hudson = Epistrophy = Evidence = Light Blue = Rhythm-a-ning. Opgenomen live in de Five Spot Café in New York City op 7 augustus 1958, vandaag dus vijftig jaar geleden en uitgebracht op de LP Thelonious in Action ( RLP12-262)
Andere nummers, die dag opgenomen zijn uitgebracht op Misterioso (RLP 12-279)
It's all over ........ Last night the Russian soccer team beat the Dutch national team with 3 - 1. For most Oranje soccer fans, orange is the colour of our national team, it feels sad - as a heavy defeat - as a bitter disappointment ........ Well, enjoy this great version of Solitude, which express our feelings ...... Solitude
Solitude:Don Byron clarinet - Cyrus Chestnut piano - Ron Carter and Christian McBride bass Recorded on location at the Hey Hey Club between the 11th and 22nd of May 1995 for the Robert Altman filmKansas City. Solitude was recorded for the very first time by the Duke Ellington Orchestra in 1934 and became a standard in jazz. It was recorded many times by hundreds of bands, like Django Reinhardt (1936) and Billie Holiday ( 1952).
THE LADY WHO SHOT LEE MORGAN: Larry Reni Thomas sent me a comment regarding the John Campos contribution: the Murder Of Lee MorganI published some days ago. Larry Reni Thomas wrote an article about this subject, titled The Lady Who Shot Lee Morgan. Congratulations on a fine blog and helping shine light on a subject that deserves much more study and attention. It is one of those incidents in jazz history that has not been properly researched and talked about enough. Recently, there has been an interest in Lee Morgan as well as how his life ended so tragically, with a book by Tom Perchard, a January 2007 downbeat article, a soon-to-be-released DVD, and a new book called Delightfulee due soon. None of these sources have quotes from Helen Morgan (she never called herself More or Moore, her maiden name was Joyner). I first met her in the early 1990s when she was a history student of mine at an evening college in North Carolina. In 1996, she granted me an almost two hour interview. She talked about how she met Lee, their life together, her role in the revival of his career and his death and how it came about. One month after our interview, she died of a weak heart. I think John Campos was right about one thing--Lee was viewed as an arrogance kind of cat who could really blow.
Het is allemaal voorbij ......'t Is over ..... Gisteravond won het Russiche voetbalteam met 3 - 1 van ons nationale team. Een bittere teleurstelling voor de oranjefans, een gevoelige nederlaag, een kater - een gevoel van eenzaamheid. Vandaag daarom een prachtige versie van een nummer, getiteld Eenzaamheid ............ Solitude
Solitude (reprise): Don Byron klarinet - Cyrus Chestnut piano - Ron Carter en Christian McBride bas Opgenomen op locatie in de Hey Hey Club tussen 11 en 22 mei 1995 voor de Robert Altman filmKansas City.
Solitude werd voor het eerst uitgevoerd door het Duke Ellington orkest in 1934 en werd een standard, die daarna nog vele malen werd uitgevoerd o.a. door Django Reinhardt (1936) en Billie Holiday ( 1952). Keep swinging: Hans Koertkeepswinging@live.nl DE VROUW DIE LEE MORGAN NEER SCHOOT: Larry Reni Thomas stuurde me onderstaande commentaar bij het artikel van John Campos:the Murder Of Lee Morgan, dat ik een paar dagen geleden plaatste. Larry Reni Thomas is de auteur van het artikel: The Lady Who Shot Lee Morgan. Congratulations on a fine blog and helping shine light on a subject that deserves much more study and attention. (= Gefeliciteerd met je fijne blog, dat aandacht besteedt aan een onderwerp dat onderzoek en aandacht verdient.) It is one of those incidents in jazz history that has not been properly researched and talked about enough. (= Het is één van die onderwerpen in de jazz waarover al veel gezegd is en nog maar weinig echt onderzocht.) Recently, there has been an interest in Lee Morgan as well as how his life ended so tragically, with a book by Tom Perchard, a January 2007 downbeat article, a soon-to-be-released DVD, and a new book called Delightfulee due soon. (= De laatste tijd is de belangstelling voor Lee Morgan en zijn leven, dat zo dramatische eindigde, weer opgebloeid door een boek van Tom Perchard, een artikel in Downbeat ( januari 2007), een binnenkort te verschijnen DVD en een nieuw boek, dat binnenkort verschijnt: getiteld Delightfulee). None of these sources have quotes from Helen Morgan (she never called herself More or Moore, her maiden name was Joyner) ( = Geen van deze bronnen heeft uitspraken van Helen Morgan (ze noemde zichzelf nooit More of Moore - haar meisjesnaam was Joyner). I first met her in the early 1990s when she was a history student of mine at an evening college in North Carolina. (= Ik ontmoette haar voor het eerst begin jaren negentig toen ze een geschiedenisstudent bij me was op een avondschool in North Carolina) In 1996, she granted me an almost two hour interview. (= In 1996 mocht ik haar twee uur lang vragen stellen over het gebeuren). She talked about how she met Lee, their life together, her role in the revival of his career and his death and how it came about. ( = Ze vertelde me over hoe ze Lee ontmoet had, hun leven samen, haar rol in zijn weer opbloeiende carriere en zijn dood en hoe het zover had kunnen komen). One month after our interview, she died of a weak heart. (= Een maand na dit interview overleed ze aan een zwak hart) I think John Campos was right about one thing--Lee was viewed as an arrogance kind of cat who could really blow. ( = In één ding had John Campos helemaal gelijk: Lee was inderdaad een arrogant kind, dat weliswaar schitterend kon spelen. ) Larry Reni Thomas.
( Naar de Nederlandse vertaling.) Lee Morgan belongs with Clifford Brown, Freddie Hubbard and Kenny Dorham to the great hard bop trumpet players of the 1950s and 1960s. Lee Morgan, born in Phildadelphia July 1938 passed away, the 19th of February 1972, too young, 34 years old, due to a crime of passion. While performing in a New York club he was shot by his female friend who found him with another woman. This quote is from my contribution Lee Morgan - Taru I posted in February 2008 on behalf of the album's 40th birthday. John Campo sent me his comments about the murder I love to share with you.
John Campo, nicknamed Campocat, is a well known track cyclist, also active on the road in the US. He's a jazz musician and an author of several novels, like Missing Tiger in which he describes the life of Mr. Bobby Turner, which seems to have a lot of auto-biographical elements, or his own tall hollow body jazz guitar playin' track bike racing self, as I read in a review. John Campo allowed me to post his remembrance of this dramatic evening, because, as he said, I have heard so much misinformation about this subject and when a excutive for Telarc Jazz records told me of an article by someone that was there that night I tried to find it and couldn't but I did find your blog. I want my story told and since I am a writer of 4 books that no one reads I want these stories to get out any way possible. ( John Campo / Campocat) I loved Lee and thought, he was the best player around. I went to see him the whole week at Slugs ( = Jazz Club East 3rd Street - NYC ) because I worked there. I was 19 and knew the door man Ernie Holman. Ernie was the best man at my wedding. I was disillusioned with other types of music and the music scene at the time. I started playing jazz guitar seriously. I loved the way Lee played. Unfortunately he would not speak to me. He ignored me and was very obnoxious to the waitress and was acting like a jerk. His wife got jealous; who could blame her - she was ten years older then him. It struck me that, as famous as Lee was, he could not afford to live on his own and needed to be a kept man. He must have resented it and wanted to have everything the rock players were getting: the drugs, the women and the fame. Miss More walked out of the club just before the last set. I was in the basement. She returned and the band was already on stage. Lee was trying to get up there, but was talking with some people. He just started to get up the stage, when she entered and called his name. He turned around and she shot him in the heart. She then turned the gun on Ernie and Ernie grabbed her wrist and took the gun away from her. She started to scream "Baby, what have I done?" and ran to him. Ernie gave the gun to Sam the bartender for the night. Ernie had just bought the place from Ben and Jerry,not the ice cream guys. He hired a friend of mine Sam and Sam was white. The club was all looking at Sam and he panicked and ran to the bathroom and put the gun in the toilet tank and locked himself in. The police were not too happy at that. I had to think to myself that if this was the life Lee led as a successful jazz musician then what kind if a life was it that I could be looking forward too??? I've been doing it for about forty five years now ( playing the jazz guitar) and I consider it my religion. Not something I care to do, not something I want to do, it is something I must do every day for the rest of my life.
Best John Campo / Campocat
Thanks John for sharing this story. In an article in the Dutch Jazz magazine Jazzism last year, Bert Vuijsje, described Lee's character as "een briljante etterbak" ( = a brilliant creep). He was, but don't let us forget his great music. I'm sure a lot of visitors of this blog enjoyed your eyewitness report !! I'm going to find your books ... be sure !!
Es un señor holandés apasionado de jazz, en particular de swing. Posiblemente el más grande archivista y especialista del material relativo a Oscar Alemán. Pero no solo. No pretendo dar con esto una biografía, solamente les hago una invitación a visitar sus blogs y conocerlo mejor a través del trabajo que ha realizado allíhttp://keepswinging.blogspot.com/ http://keepswinging.opweb.nl/weblog.htmhttp://oscar-aleman.blogspot.com/ Últimamente nos ha comunicado y le agradezco, que en Buenos Aires, las autoridades locales colocarán una placa commemorativa en la casa de la calle Maipú en uno de cuyos departamentos habitó Oscar.Aquí podrán ver los detalles
Thank you Sara for your nice words. Please visit her blogs !! It is a pity we can't be at Maipú today to honor Oscar Aleman .... !!
Lee Morgan behoort samen met Clifford Brown, Freddie Hubbarden Kenny Dorhamtot de grote hardbop trompettisten uit de jaren vijftig en zestig. Lee Morgan, geboren in Phildadelphia in juli 1938 stierf 19 februari 1972, veel te jong, 34 jaar oud, door een crime passionel in een club in New York, waar hij met zijn eigen pistool werd neergeschoten door een jaloerse vriendin. Dit citaat heb ik uit mijn bijdrageLee Morgan - Taru geplukt, dat ik in februari van dit jaar maakte ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van deze plaat. John Campo (USA) stuurde me zijn commentaar op de gebeurtenis, die ik citeerde - de moord op Lee Morgan, dat ik hier mag publiceren.
John Campo,bijgenaamd Campocat, is een bekende baan- en wegwielrenner in de Verenigde Staten. Hij is jazzmusicus en auteur van verschillende romans, waarin hij beide werelden met elkaar mixed. Eén van die boeken is Missing Tiger, waarvan je hier een afbeelding aantreft. Hierin beschrijft hij het leven van de hoofdpersoon Mr. Bobby Turner, die erg veel elementen uit zijn eigen leven lijkt te bevatten of, zoals ik in een recentie las, het is vooral een boek over his own tall hollow body jazz guitar playin' track bike racing self ( = over zijn eigen jazzgitaarbaanwielrenners-ik). John Campo gaf me toestemming om zijn herineringen aan die dramatische avond te plaatsen omdat, zoals hij zegt: I have heard so much miss information about this subject and when a excutive for Telarc Jazz records told me of an article by someone that was there that night I tried to find it and couldn't but I did find your blog. ( = Ik heb zoveel onzin gehoord over dit onderwerp en toen ik van een leidinggevende bij Telarc Records hoorde dat iemand, die er bij geweest was, een artikel op internet had gezet probeerde ik dat te vinden en dat lukte niet, maar ik wel bij jouw blog terecht. ). I want my story told and since I am a writer of 4 books that no one reads I want these stories to get out any way possible. ( - Ik ben zelf auteur van vier boeken-die-niemand-leest, en wil dat mijn verhaal over de gebeurtenissen gehoord wordt). (Joe Campo - Campocat) Ik hield van Lee Morgan's spel en ik vond hem de allerbeste. Ik ging vaak naar hem luisteren in Slugs ( = Jazzclub in East 3rd Street - NYC), omdat ik daar werkte. Ik was toen 19 en kende de portier Ernie Holman. Ernie was getuige op mijn huwelijk. Ik was tamelijk uitgekeken op allerlei andere soorten muziek in het algemeen en op de scene in het bijzonder. Ik begon serieus jazz-gitaar te studeren. Ik hield van de manier waarop Lee speelde. Het lukte me helaas niet met hem in contact te komen, want hij zag me niet staan, was stierlijk vervelend tegen de serveerster en gedroeg zich als een zak! Zijn vrouw werd jaloers, ik kon haar geen ongelijk geven, ze was tien jaar ouder dan hem. Ik vond het stuitend om te ontdekken dat hij steeds weer vriendinnetjes had en blijkbaar niet een geregeld leven kon leiden. Hij wilde het liefst het leven van een beroemde rockster leven; met roem, drugs en vrouwen. Vlak voor de laatste set verliet Miss More de club. Ik was in het souterrain. Even later kwam ze terug en de band stond op het podium. Lee was net op weg naar het podium, maar werd opgehouden door mensen met wie hij praatte. Hij wilde net het podium op gaan toen ze zijn naam riep. Hij draaide zich om terwijl ze hem in de hartstreek neerschoot. Ze richtte daarna het pistool op Ernie, maar die greep haar pols en pakte haar het wapen af. Ze begon te schreeuwen: "Baby, what have I done?" (= Schat, wat heb ik gedaan?) en rende naar hem toe. Ernie gaf het wapen aan Sam, de barman van die avond. Ernie was net eigenaar geworden van de zaak; hij had het gekocht van Bob en Jerry. Hij had Sam pas aangenomen, een vriend van me; Sam was blank. De hele club keek naar Sam en die raakte in paniek. Hij rende naar de toiletten en gooide het wapen in een stortbak en sloot zich op in een wc. De politie kon het allemaal natuurlijk niet zo waarderen. Ik realiseerde me, dat, als dit allemaal bij het leven van een succesvol jazzmuzikant hoorde, wat stond mij dan als jazzgitarist allemaal nog te wachten? Ik ben nu al zo'n 45 jaar actief in de jazzmuziek en ik zie het als een soort religie, niet iets waar ik om geef, of iets wat ik graag wil doen, maar iets dat ik elke dag moet doen, dat bij elke dag hoort. Het beste, John Campo / Campocat(vertaling Hans Koert)
Bedankt John voor je ooggetuige verslag van de gebeurtenissen op die rampzalige avond. In een artikel over Lee Morgan, geschreven door Bert Vuijsje, dat vorig jaar verscheen in Jazzism wordt Lee's karakter omschreven als: "een briljante etterbak". Jouw verhaal bevestigt dit ..... Laten we ondanks dat blijven genieten vanzijn briljante spel. Ik ga in ieder geval op zoek naar je boeken !!
Es un señor holandés apasionado de jazz, en particular de swing. Posiblemente el más grande archivista y especialista del material relativo a Oscar Alemán. Pero no solo. No pretendo dar con esto una biografía, solamente les hago una invitación a visitar sus blogs y conocerlo mejor a través del trabajo que ha realizado allí