Sunday, May 31, 2009

Dave Holland op het abdijplein van Middelburg

Dave Holland op het abdijplein van Middelburg (Nederlands) Dave Holland at the abbey of Middelburg (English)

Derde Intternationale Jazzfestival van Middelburg
DAVE HOLLAND OP HET ABDIJPLEIN VAN MIDDELBURG
Hans Koert

Op zaterdag 30 mei 2009, konden we genieten van het Dave Holland Quintet als onderdeel van de derde editie van het International Jazzfestival van Middelburg. Dave Holland was met zijn kwintet op het abdijplein de hekkensluiter van de eerste festivaldag. Dit abdijplein is een uitgelezen plek voor dit soort concerten en dit weekend het hoofdpodium van het festival. Dave Holland begon zijn concert dan ook met de organisatie en het publiek te complimenteren met deze plek.

Robin Eubanks ( foto: Hans Koert)

Dave Holland begon zijn concert met het openingsnummer The Balance, om daarna, geroutineerd, verschillende nummers van zijn laatste albums de revue te laten passeren zoals The Leak en Pass It On. Zijn kwintet bestaat uit louter grote namen, waardoor je het bijna een all-star kwintet zou kunnen noemen: Zo stonden voor het voetlicht Robin Eubanks op trombone, Chris Potter op altsax, Steve Nelson achter de vibrafoon en marimba, Nate Smith op slagwerk en natuurlijk, the great master himself, Dave Holland achter zijn bas. Dave Holland ( foto: Hans Koert)

Dave Holland, geboren in oktober 1946 in Wolverhampton (Engeland) begon zijn carriere op ………….. de ukelele. Het was het eerste instrument dat hij als kleuter in handen kreeg, dus voor de fanatieke ukelisten, die ik een maand geleden in Sint-Niklaas hoorde, moet dat een opsteker zijn. Hij belandde na de piano en gitaar uiteindelijk bij de bas. Hij studeerde eind jaren zestig aan het Guildhall conservatorium af en ging spelen in de Londense jazzscene. Hier speelde hij met musici als Kenny Wheeler, Evan Parker, Tubby Hayes en werd een veelgevraagd begeleider. Tijdens één van zijn concerten in de beroemde Ronnie Scott Jazzclub van London zat Miles Davis in de zaal, die hem overhaalde bij hem te komen spelen. Dat deed hij twee jaar, in een periode, waarin Miles zijn muziek ontwikkelde van akoestische jazz naar jazz-rock en wat leidde tot schitterende albums, als Filles de Kilimanjaro, In a Silent Way en Bitches Brew.

Steve Nelson ( foto Hans Koert)

In 1970 vertrok hij, samen met Chick Corea, bij Miles en richtten ze de groep Circle op. Sinds de jaren tachtig leidt Dave zijn eigen groepen en heeft hij opgetreden met alle grootten in de jazzwereld, zoals met de Miles Davis Tribute Band waarin hij met Tony Williams, Herbie Hancock, Wayne Shorter en Wallace Roney rondtoerde en de muzikale erfenis van Miles uitdroeg. Het kwintet, dat hier op het podium in Middelburg aantrad, bestond voor een groot deel al meer dan tien jaar en kan dus als een hechte formatie aangemerkt worden. Zowel Steve Nelson als trombonist Robin Eubanks spelen bij dit Dave Holland Quintet vanaf het eerste uur. Steve Nelson, de vibraphonist en marimaspeler, begon als tiener op de vibrafoon en speelde met artiesten van Jackie McLean tot George Shearing. Tijdens dit concert maakte hij indruk met zijn eigen compositie Go Fly a Kite.

Chris Potter ( foto Hans Koert)

Robin Eubanks, het oudere broertje van gitarist Kevin Eubanks, was één van mijn favorieten voor dit concert. Hij leerde de trombone bespelen van niemand minder dan Slide Hampton, nog steeds actief in de Europese jazzscene, maar liet zich ook beïnvloeden door popmusici Led Zeppelin en Frank Zappa. Hij speelde met Slide Hampton, maar ook in het Sun Ra Arkestra, een band die me al vanaf de jaren zestig fascineert en toerde rond met artiesten als Stevie Wonder en Art Blakey.

The Dave Holland Quintet ( foto: Hans Koert)

Chris Potter, die alt en sopraansax speelde, is één van de jonkies in de band. Hij studeerde aan de Manhattan School of Music in New York en speelde o.a. in de Mingus Big Band en met musici als Paul Motian, Steve Swallow en guitarist Jim Hall (om er een paar te noemen) en uiteraard al jaren bij het Dave Holland Quintet. Eén van zijn composities Pass It On was tijdens het concert te horen . De slagwerker, Nate Smith, was onbekend voor me en imponeerde met een aantal solos. Nate Smith ( foto: Hans Koert)

Dit Dave Holland Quintet liet tijdens de vijf kwartier dat ze optraden zien dat ze een ervaren stabiele groep muzikanten zijn, maar, of het nu kwam omdat ze moe waren, omdat dit één van hun laatste concerten was ( nog één concert in Noorwegen restte, voordat ze terug naar de States vliegen), ik weet het niet, ik miste die haast ongrijpbare “vonk” die over moet springen tussen de spelers individueel en als groep en het publiek. Dave Holland draaide, geroutineerd als hij is, zijn lesje af en het publiek dat speciaal voor Dave Holland was gekomen kreeg wat het wilde. Het viel me op dat er al heel wat lege plaatsen waren toen Dave Holland's Quintet één van hun laatste nummers, Easy Did It, speelde; deze mensen mistten in ieder geval de toegift, die Dave Holland gaf, waarbij hij opende met een prachtige bassolo. Een mooi slot van een eerste festivaldag.
Op zondag 31 mei 2009 is in de Nieuwe Kerk de New Orlans Ale Stars met Harriet Lewis te beluisteren en 's middags op het abdijplein zijn er concerten met The New Orpheans uit Heinkenszand (jawel) met Eric Vloeimans en de Feen Brothers ( ook al Zeeuws!). 's Avond treden Mona Lisa Overdrive op en de Engelse jazzlegende Courtney Pine met zijn Jazz Warriors.

Labels: , , , , , ,

Thursday, May 28, 2009

Screen Songs: Sing Along

Screen Songs: Kun je nog zingen, zing dan mee (Nederlands) Screen Songs: Sing Along ( English)

An (extensive) SCREEN SONGS FILM-O-GRAPHY


Betty Boop in Karaoke avant-la-lettre
SCREEN SONGS: SING ALONG ...
Hans Koert

A few month ago I was able to enlarge my collection of Betty Boop cartoons, thanks to Jerry. Betty, the humanized dog, a creation by Grim Natwick for Max Fleischer’s studios has always been a favourite of mine.

Betty Boop became a popular cartoon star and had her own series of films, labelled as Betty Boop Cartoons since the second half of 1932 up to the end of the 1930s. In the 1960s a coloured version was reissued. She was fashioned after singer and actress Helen Kane, which Natwick had found on a sheet cover and mixed it with the characteristics of a French poodle. In her first appearances Betty looked like a dogs – since 1932 she became a 1920s flapper girl. I wrote about that in previous blogs.But few people know that Betty also appeared in other cartoon series. At first she didn’t had her own series of films, but was part of the so-called Talkartoons, which were Fleischer first regular sound series. Paramount Talkartoons are something entirely new and entirely different from anything ever seen and heard before. For the first time cartoons will be actual talking pictures (in a late 1920s advertisement) The first one was titled Dizzy Dishes (1930) and her last one in this series: The Betty Boop Limited ( 1932). Thanks to the new sound film, Max Fleischer also started a new series, called Song Car-Tunes, a “bouncing ball” cartoon series, later renamed as Screen Songs. His first bouncing-ball cartoons were released since 1924 and, the actually “Follow The Bouncing Ball” gimmick started with the film song: My Old Kentucky Home (1926). These films were made as silent films and later sound was added.
These 1930s Screen Songs, sing-along shorts, karaoke-avant-la-lettre, in which animated cartoons and live –action footage were combined, became very popular. And sold very well - Paramount even asked Max Fleischer to reconsider its contract ( which Fleischer did!). This series of Screen songs run up to 1938 and was continued between 1947 and 1951 by
Famous Studios.
Below this blog you’ll find a list of Screen Songs as released by Max Fleischer during the 1930s and from the hundreds of titles only a few dozen survived and were posted on the internet. Last year Original Films reissued a great series of Soundies compilations; Soundies, shorts, the “music clips” from the 1940s. I wonder if ever a compilations of these Screen Songs have been released too on video or DVD. If so, I’m anxious to learn more about it: keepswinging@live.nl

I selected three Screen Songs, all sung by well known artists from the 1930s. To start: with the tune Kitty From Kansas City, in which we recognize a moustached vocalist who happens to be Rudy Vallee, the famous crooner from the Roaring Twenties. He made some great Screen Song like Betty Co-Ed, I wrote about in a previous blog. Betty plays “Kitty”, who visits the “Rudy Valey” (what’s in a name) and in this primitive short Max Fleischer hits a lot of great musical gimmicks, I like so much.

The next fragment is by the Boswell Sisters, who play the tune When It’s Sleepy Time Down South.

And, last but not least, one of the younger Screen Song from 1936, no Betty this time, with the Vincent Lopez Orchestra in a tune titled: I Don't Want To Make History, an indictment of war, a cartoon, which remind me to the early Monty Python films.



AN EXTENSIVE SCREEN SONGS FILM-O-GRAPHY:
I love to share with you links to two sites wich have lists of those Sing Along films, as produced by the Max Fleischer's Studios as SCREEN SONGS. Both lists learn that hunderds of those films have been made and I'm affraid but few must have survived.

Paramount Screen Songs ( 1929-1935)

Screen Songs

Retrospect
Honolulu Baby Musical Mountaineers Mysterious Mose Betty Boop for President Oscar Aleman Choro Music Flexible Records Hit of the Week-Durium Keep Swinging News letter Keep Swinging Contributions

Labels: , , , ,

Wednesday, May 27, 2009

Screen Songs: Kun je nog zingen, zing dan mee

Screen Songs: Kun je nog zingen, zing dan mee (Nederlands) Screen Songs: Sing Along ( English)

Een (uitgebreide) SCREEN SONGS FILM-O-GRAFIE


Betty Boop in Karaoke avant-la-lettre
SCREEN SONGS: KUN JE NOG ZINGEN, ZING DAN MEE ...
Hans Koert

Een paar maanden geleden kon ik mijn verzameling Betty Boop cartoons flink uitbreiden dankzij Jerry. Betty, de uit een hondenkop ontwikkelde, getekende “vamp”, geschapen door Grim Natwick voor de Max Fleischer’s studios, is al lang één van mijn favoriete cartoons.

Betty Boop werd met haar filmpjes beroemd door een langlopende serie zogenaamde Betty Boop Cartoons die uitkwamen tussen half 1932 en eind jaren dertig. In de jaren zestig kwamen er ook (ingekleurde) versies op de markt. Ze was een karikatuur van de zangeres en actrice Helen Kane, wier foto Natwick een keer op de voorkant van bladmuziek had zien staan en die hij de uiterlijke kenmerken van een Franse poedel gaf. Vandaar ook dat Betty in de eerste filmpjes er uitziet als een mensachtige hond en pas sinds 1932 als de flapper girl, de vamp uit de jaren twintig. Ik schreef hierover meer in eerdere blo gs.
Maar weinig mensen weten dat Betty ook in andere cartoonseries te zien was. Voordat ze haar eigen serie kreeg, was ze te zien in de Talkartoons, de eerste reguliere geluidsfilms, die Fleischer uitbracht. “Paramount Talkartoons are something entirely new and entirely different from anything ever seen and heard before.( = De Talkartoons van Paramount zijn iets heel anders dan de films die je eerder gezien hebt) zegt een advertentie uit het eind van de jaren twintig, For the first time cartoons will be actual talking pictures ( = voor het eerst wordt een tekenfilm een echte sprekende film.) De eerste die uitgebracht werd was Dizzy Dishes (1930) en de laatste Talkartoon met Betty was The Betty Boop Limited ( 1932). Dankzij de uitvinding van de geluidsfilm ( beeld en geluid werden nog lang apart opgenomen) ontwikkelde Max Fleischer ook een serie, die hij Song Car-Tunes noemde, een zogenaamd “bouncing ball” ( = een springend balletje) tekenfilm, die later hernoemd werd tot Screen Songs. Zijn eerste “meezing” films dateren al van 1924, maar het geintje met het balletje dat langs de woorden springt zien we voor het eerst in: My Old Kentucky Home uit 1926. Het synchroon laten lopen van geluid en beeld was voor die tijd een knap staaltje van techniek. Deze Screen Songs uit de jaren dertig, korte meezingfilmpjes, karaoke-avant-la-lettre, waarin zowel tekenfiguren als echte artiesten in meespeelden, werden razend populair, zo zelfs, dat Paramount aan Max Fleischer vroeg om herziening van het contract. De serie liep tot 1938 en kwam later nog terug tussen 1947 en 1951, maar nu in kleur, gemaakt door Famous Studios.
Onderaan deze blog vind je twee linken naar een uitgebreide lijst met honderden Screen Songs zoals die uitgebracht werden door Max Fleischer tijdens de jaren dertig, maar als je op YouTube gaat zoeken kom je er maar een tiental tegen. Ik vraag me af of ooit deze schitterende “muziekclips” ( de bekendere Soundies uit de jaren veertig zijn immers ook onlangs heruitgegeven in de schitterende serie “Soundies” door Original Films) uitgebracht zijn op video of DVD. Ken jij zo’n uitgave of bezit je meer van deze Screen Songs, laat het me dan weten: keepswinging@live.nl
Ik zocht drie Screen Songs uit, alle gezongen door bekende artiesten uit de jaren dertig: Om te beginnen het nummer Kitty From Kansas City, waarin een besnorde zanger, die we herkennen als Rudy Vallee, de beroemde crooner uit de jaren twintig en dertig te herkennen valt. Hij maakte ook de Screen Song getiteld Betty Co-Ed, die ik al eens beschreef. In deze film speelt BettyKitty”, die een bezoek brengt aan de “Rudy Valey”(what’s in a name) en in het primitieve filmpje zitten weer een heleboel van die schitterende muzikale, typisch Fleischer gimmicks, die deze filmpjes zo bijzonder maken.

Het volgende fragment zijn de Boswell Sisters, die te horen zijn in When It’s Sleepy Time Down South.

En, last but not least, een wat latere Screen Song uit 1936, zonder Betty, met het orkest van Vincent Lopez en het nummer: I Don't Want To Make History, een aanklacht tegen de dreigende oorlogen lijkt het wel, een cartoon, die af en toe lijkt op een vroege Monty Python film.


EEN UITGEBREIDE SCREEN SONGS FILM-O-GRAPHY:
Een uitgebreide lijst met "mee-zing-filmpjes", gemaakt door de Max Fleischer's Studios als SCREEN SONGS vond ik op twee websites. Beide lijsten geven samen een mooi overzicht van welke films er ooit gemaakt zijn - maar of ze ooit nog allemaal boven water zullen komen?

Paramount Screen Songs ( 1929-1935)

Screen Songs


Retrospect
Honolulu Baby Musical Mountaineers Mysterious Mose Betty Boop for President Oscar Aleman Choro Music Flexible Records Hit of the Week-Durium Keep Swinging News letter Keep Swinging Contributions

Labels: , , , ,

Saturday, May 23, 2009

The Complete Tony Bennett - Bill Evans Recordings

Alle Tony Bennett en Bill Evans opnamen ( Nederlands) The Complete Tony Bennett - Bill Evans Recordings ( English)

All Tony Bennett - Bill Evans recordings

The Tony Bennett-Bill Evans Album and Together Again
THE COMPLETE TONY BENNETT and BILL EVANS RECORDINGS
Hans Koert

The Complete Tony Bennett - Bill Evans Recordings have been reissued recently as a double album on the Fantasy label ( FAN-31281). Today I love to put these sessions in the spotlight.
Tony Bennett, vocalist, labels himself as an entertainer. He was born as Anthony Dominick Benedetto in Queens, New York City August 1926. He is one of the greatest crooners from the XXth Century, on a same level as legends like Frank Sinatra and Bing Crosby. His almost 60 years career in music has brought us a lot of great recordings, which were honoured with a dozen of Grammy Awards.

The fact that this crooner, singer, interpreter of the American Song Book, got a place in this blog, is because he made some great recordings with jazz musicians too. Like the ones I have in front of me: The Tony Bennett / Bill Evans Album from 1975 and, because of its successes, a year later the album Together Again (1976). The first album was released on Fantasy and the latter on Improvisation. Tony Bennett, although not a jazz vocalist himself, recorded with dozens of jazz musicians, with orchestras ( like Count Basie's), but also with single piano players like Bill Evans and Ralph Sharon. He recorded two albums with the latter: The 1959 Tony Sings for Two and When Light Are Low from 1964. The June 1975 Tony Bennett sessions are different, because during this session, Tony was accompanied by the great piano player Bill Evans. Well, no, let’s make it clear – Tony Bennett and Bill Evans made this record as two equal partners – not the crooner with piano accompaniment.
Bill Evans, the introvert piano player, became famous because of his great trio albums like Waltz for Debby or his (short) cooperation with Miles Davis, with tunes like Blue in Green; an own composition in the famous Miles Davis classic -Kind of Blue album. Bill Evans was born in Plainfield NJ August 1929 and passed away September 1980.

They first met at a private party at the White House, organized by John F. Kennedy in 1962.
When this session was scheduled, they planned to make a vocal album with two piano players: Bill Evans and John Bunch, but the latter skipped the appointment because he felt, that Bill was not in his league. The June 1975 sessions, which filled the first record, were the best of the two. They were recorded without any preparations or rehearsals. They agreed about the selections and recorded it. I heard these songs for the very first time in a reissue made by Jazz Collectors, released last year, titled Tony Bennett and Bill Evans – The Legendary Sessions. ( JC 426). Well, as regular visitors of my blog should know, I’m not a fan of vocalists, because I believe that singers often make their presence very much felt. I liked these sessions because of Bill Evans piano playing. This reissue contained two previous unreleased recordings: Who Can I Turn To and Dream Dancing and especially the first tune became one of Tony Bennett hits when he recorded in the mid 1960s. Listen to a ragment of this tune by Tony Bennett ( with another piano player and orchestra):

For the fans of the music of Tony Bennett and Bill Evans it was great to learn that unreleased songs, recorded during this session, had survived. The new reissue, I love to put into the spotlight today, has more surprises: twenty previous unreleased alternative takes.
Nowadays it seems to become a trend to reissue “The Complete ………. Sessions “ by the officially record companies, with crumbs that kept on the shelves untouched and unhearded; treasures for those who want to hear it all.

For the true connoisseurs this The Complete Tony Bennett / Bill Evans Recordings is a must – for the average jazz fan – the ones, who like to listen to Tony Bennett's singing in an informal setting, the other reissue will do well too.
Find the complete track list below this blog.

Hans Koert - keepswinging@live.nl

ALL RECORDINGS on the 2CD THE COMPLETE TONY BENNETT - BILL EVANS RECORDINGS

CD 1
1. Young And Foolish 3:54 A
2. The Touch Of Your Lips 3:56 A
3. Some Other Time 4:42 A
4. When In Rome 2:55 A
5. We'll Be Together Again 4:38 A
6. My Foolish Heart 4:51 A
7. Waltz For Debby 4:04A
8. But Beautiful 3:36 A
9. Days Of Wine And Roses 2:23 A
10. The Bad And The Beautiful 2:18 B
11. Lucky To Be Me 3:45 B
12. Make Someone Happy 3:52 B
13. You're Nearer 2:22 B
14. A Child Is Born 3:16 B
15. The Two Lonely People 4:27 B
16. You Don't Know What Love Is 3:27 B
17. Maybe September 3:55 B
18. Lonely Girl 2:49 B
19. You Must Believe In Spring 5:51 B
20. Who Can I Turn To? 2:28 BB
21. Dream Dancing 3:46 B

Disc 2

1. Young And Foolish (Take 4) 4:45 A
2. The Touch Of Your Lips (Take 1) 2:54 A
3. Some Other Time (Take 7) 4:56 A
4. When In Rome (Take 11) 2:57 A
5. Waltz For Debby (Take 8) 3:50 A
6. The Bad And The Beautiful (Alternate Take 1) 2:13 B
7. The Bad And The Beautiful (Alternate Take 2) 2:09 B
8. Make Someone Happy (Alternate Take 5) 3:54 B
9. You're Nearer (Alternate Take 9) 2:58 B
10. A Child Is Born (Alternate Take 2) 3:26 B
11. A Child Is Born (Alternate Take 7) 3:12 B
12. The Two Lonely People (Alternate Take 5) 4:43 B
13. You Don't Know What Love Is (Alternate Take 16) 3:33 B
14. You Don't Know What Love Is (Alternate Take 18) 3:37 B
15. Maybe September (Alternate Take 5) 4:37 B
16. Maybe September (Alternate Take 8) 4:31 B
17. Lonely Girl (Alternate Take 1) 2:57 B
18. You Must Believe In Spring (Alternate Take 1) 6:01 B
19. You Must Believe In Spring (Alternate Take 4) 5:36 B
20. Who Can I Turn To (Alternate Take 6) 2:29 B


A = The Tony Bennett / Bill Evans album ( 10-13th of June, 1975 )
B = Together Again ( 27-30 September, 1976 )


Labels: ,

Friday, May 22, 2009

Alle Tony Bennett en Bill Evans opnamen

Alle Tony Bennett en Bill Evans opnamen ( Nederlands) The Complete Tony Bennett - Bill Evans Recordings ( English)
Alle samen opgenomen titels van Tony Bennett met Bill Evans

The Tony Bennett-Bill Evans Album en Together Again
ALLE TONY BENNETT en BILL EVANS OPNAMEN
Hans Koert
The Complete Tony Bennett - Bill Evans Recordings zijn onlangs op een Fantasy dubbelalbum heruitgebracht ( FAN-31281). Vandaag wil ik dit album in de schijnwerper plaatsen.

Tony Bennett, zanger, omschrijft zichzelf als entertainer. Hij werd geboren in Queens, New York City als Anthony Dominick Benedetto in augustus 1926. Hij is één van de grootste crooners van de vorige eeuw; te vergelijken met zangers als Bing Crosby en Frank Sinatra. Hij zit al bijna 60 jaar in het vak en maakte honderden schitterende opnamen, die met een tiental Grammy’s geëerd werden.
Waarom deze crooner, bij uitstek vertolker van het American Songbook, een plaats in deze blog krijgt, is, omdat hij ook een flink aantal opnamen maakte met jazzmusici, zoals met Bill Evans in een opname sessie uit 1975 voor The Tony Bennett / Bill Evans Album, dat een groot succes werd en haar opvolger Together Again van een jaar later. Het eerst genoemde album werd uitgebracht op Fantasy en het tweede op Improvisation. Tony Bennett nam, hoewel zelf geen jazzmuzikant, tientallen nummers op met jazzmusici; met bands ( zoals dat van Count Basie) en met alleen pianobegeleiding, zoals met Bill Evans of met zijn vaste begeleider Ralph Sharon. Met laatst genoemde nam hij twee platen op; te weten: Tony Sings for Two uit 1959 en When Light Are Low van vijf jaar later. De sessies van Tony Bennett uit juni 1975 zijn van een geheel ander kaliber, omdat Tony hier begeleid werd door niemand minder dan pianist Bill Evans. Nee, ik zeg het eigenlijk niet goed: Tony Bennett en Bill Evans traden hier aan als twee gelijkwaardige partners. – geen zanger begeleid door een pianist dus.
Bill Evans, de in zichzelf gekeerde pianist, die liever alleen in zijn studeerkamer speelde dan op een groot podium (zoals hij zelf eens zei tegen Bert Vuijsje) werd vooral bekend om de opnamen met zijn beroemde trio, zoals Waltz for Debby en vanwege zijn korte verblijf bij Miles Davis. Luister maar eens naar zijn spel in zijn eigen compositie Blue in Green op de Miles Davis' jazzklassieker Kind of Blue. Hij werd geboren in Plainfield NJ in augustus 1929 en overleed september 1980.

Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in 1962 op het Witte Huis tijdens een informeel partijtje georganiseerd door John F. Kennedy.
Toen deze opnamen gepland waren, was er nog sprake van Tony Bennett, die begeleid zou worden door twee pianisten: Bill Evans en John Bunch, maar laatstgenoemde trok zich voor de opnamen terug toen hij hoorde wie de andere pianist was – daar kon hij niet aan tippen. De opnamen van juni 1975 werden zonder voorbereiding of repetitie gemaakt – er werd alleen even afgesproken welk nummers ze zouden spelen ( wel zo makkelijk, volgens mij).
Ik hoorde deze nummers voor het eerst op een heruitgave van Jazz Collectors, die afgelopen jaar verscheen, getiteld Tony Bennett and Bill Evans – The Legendary Sessions. ( JC 426).
Als je deze blog regelmatig bezoekt, weet je dat ik meer van instrumentale muziek hou, dan van zangers en zangeressen, omdat die, naar mijn bescheiden mening, vaak te veel extra aandacht naar zich toe trekken. Dat geldt ook voor deze dubbel CD, die ik dan ook het meest waardeer door het pianowerk van Bill Evans. Deze heruitgave bevat twee nooit eerder uitgebrachte nummers: Who Can I Turn To en Dream Dancing en vooral het eerste nummer werd een hit door Tony Bennett, die het midden jaren zestig uitbracht. Luister naar een uitvoering van hem ( niet met Bill Evans maar met een andere pianist en orkest).

Voor de kenner onder ons en fans van de stem van Tony Bennett of het pianospel van Bill Evans is het natuurlijk prachtig als blijkt dat er toendertijd twee nummers op de plank zijn blijven liggen. De heruitgave op Fantasy, die vandaag in de belangstelling staat, biedt heel wat meer onuitgebrachte takes en nummers ……….
Het is tegenwoordig een trend om heruitgaven iets extra's meet te geven, waardoor het voor verzamelaars aantrekkelijk wordt om “oude” heruitgaven te vervangen. “The Complete ………. Sessions “ wordt dan zo’n heruitgave meestal genoemd.

Voor de echte kenners is dit smullen geblazen, omdat er op deze alternatieven vaak iets “losser” gspeeld wordt; wel eens een foutje gemaakt wordt, een blue note noemen ze dat dan in de jazz; of een couplet wordt gewoon helemaal vergeten; voor de echte liefhebbers is deze dubbelaar, The Complete Tony Bennett / Bill Evans Recordings een must – voor de gewone luisteraar, het soort dat muziek draait als muzak, als achtergrondmuziek, kan de “reguliere” heruitgave volstaan. Een volledige lijst met titels vind je onder aan dit blog.
Hans Koert

keepswinging@live.nl

DE NUMMERS DIE TE VINDEN ZIJN OP HET DUBBELALBUM THE COMPLETE TONY BENNETT - BILL EVANS RECORDINGS:

Disc 1
1. Young And Foolish 3:54 A
2. The Touch Of Your Lips 3:56 A
3. Some Other Time 4:42 A
4. When In Rome 2:55 A
5. We'll Be Together Again 4:38 A
6. My Foolish Heart 4:51 A
7. Waltz For Debby 4:04A
8. But Beautiful 3:36 A
9. Days Of Wine And Roses 2:23 A
10. The Bad And The Beautiful 2:18 B
11. Lucky To Be Me 3:45 B
12. Make Someone Happy 3:52 B
13. You're Nearer 2:22 B
14. A Child Is Born 3:16 B
15. The Two Lonely People 4:27 B
16. You Don't Know What Love Is 3:27 B
17. Maybe September 3:55 B
18. Lonely Girl 2:49 B
19. You Must Believe In Spring 5:51 B
20. Who Can I Turn To? 2:28 BB
21. Dream Dancing 3:46 B

Disc 2

1. Young And Foolish (Take 4) 4:45 A
2. The Touch Of Your Lips (Take 1) 2:54 A
3. Some Other Time (Take 7) 4:56 A
4. When In Rome (Take 11) 2:57 A
5. Waltz For Debby (Take 8) 3:50 A
6. The Bad And The Beautiful (Alternate Take 1) 2:13 B
7. The Bad And The Beautiful (Alternate Take 2) 2:09 B
8. Make Someone Happy (Alternate Take 5) 3:54 B
9. You're Nearer (Alternate Take 9) 2:58 B
10. A Child Is Born (Alternate Take 2) 3:26 B
11. A Child Is Born (Alternate Take 7) 3:12 B
12. The Two Lonely People (Alternate Take 5) 4:43 B
13. You Don't Know What Love Is (Alternate Take 16) 3:33 B
14. You Don't Know What Love Is (Alternate Take 18) 3:37 B
15. Maybe September (Alternate Take 5) 4:37 B
16. Maybe September (Alternate Take 8) 4:31 B
17. Lonely Girl (Alternate Take 1) 2:57 B
18. You Must Believe In Spring (Alternate Take 1) 6:01 B
19. You Must Believe In Spring (Alternate Take 4) 5:36 B
20. Who Can I Turn To (Alternate Take 6) 2:29 B

A = The Tony Bennett / Bill Evans album ( 10-13th of June, 1975 )
B = Together Again ( 27-30 September, 1976 )

Labels: ,

Tuesday, May 19, 2009

New Cool Collective met Jules Deelder in de stadsschouwburg van Middelburg

New Cool Collective with Jules Deelder in concert in Middelburg (English) New Cool Collective met Jules Deelder in de Stadsschouwburg van Middelburg (Nederlands)

Aanloop tot het derde Internationale Jazzfestival Middelburg
NEW COOL COLLECTIVE met JULES DEELDER in de stadsschouwburg van MIDDELBURG
Hans Koert


Op zaterdag 16 mei 2009 trad de New Cool Collective op in de stadsschouwburg van Middelburg als opwarmer voor het komende derde Internationale Jazzfestival eind mei 2009.
Benjamin Herman ( foto:: Hans Koert)
De uit acht man bestaande band, de New Cool Collective, geleid door Benjamin Herman, had twee gastspelers meegebracht naar de Zeeuwse hoofdstad: Jules Deelder, de Nachtburgemeester van Rotterdam, dj, cultfiguur, schrijver en dichter, drummer, rammelaar, saxofonist en de tenorsaxofonist Ger “Sax” Van Voorden. De band, die zo’n vijftien jaar geleden werd opgericht door Benjamin Herman, bracht deze keer op het podium, uiteraard, Benjamin op altsax en fluit, David Rockefeller op trompet, bugel en trombone, Anton Goudsmit op gitaar, Willem Friede achter de toetsen, Leslie Lopez bas- en sologitaar, Frank van Dok en Jos de Haas percussie en als laatste, maar niet de minste van het stel, Joost Kroon op slagwerk. Gasten: Jules Deelder, voordrachtskunstenaar, de-dichter-leest-voor, snare-drummer en tenorsax (eg wel) en Ger “Sax” Van Voorden op tenor, al jarenlang Deelder’s compagnon.
Ger "Sax" Van Voorden en Jules Deelder (foto: Hans Koert)
De eerste set werd geopend met de geweldige inkopper Trees and Grass and Things, begin jaren zeventig opgenomen door het Charles Williams Septet, gevolgd door nummers als Boca Arriba en Lang Lang, genoemd naar de gelijknamige pianist, waarin Anton Goudsmit, schitterde in een gitaarsolo op zijn welbekende expressieve energieke manier. (Het Engelse dagblad The Gardian schijnt geschreven te hebben: “Seeing Anton play his guitar, makes you wonder where the fire escape is”( = Als je Anton ziet spelen op zijn gitaar, vraag je je af waar de nooduitgang is).
Jules Deelder ( foto: Hans Koert)
Tussen de instrumentale nummers van de band bracht Jules Deelder, zoals altijd onberispelijk gekleed in zijn typerende outfit; zijn jaren vijftig vlinderbril; zijn haren scherp in de scheiding, zijn gedichten, zoals het nummer Jazzverleden en, in een gezongen versie deze keer, begeleid door het vette saxgeluid van Ger Sax en de schreeuwende bluesakkoorden van Anton, zijn gedicht: Blues on Tuesday. In zijn verhaal Romilar beschrijft hij zijn experimenten met het hoestmiddel Romilar, dat een gewild geestverruimend middel blijkt. Deelder beschrijft in het verhaal hoe ze, na gescoord te hebben in België, in Antwerpen in een kroeg spontaan freejazz gaan spelen: Een takke herrie en als de New Cool Collective haar versie geeft op deze muziek, is dat het teken voor het publiek, dat de pauze begint en verlaat de zaal om op zoek te gaan naar een pauze drankje. De echte die-hards, echter, blijven stoïcijns zitten; ik herinnerde me plotseling weer de sfeer (het geluid - het aantal mensen) bij de concerten uit de jaren zestig van Nieuwe Muziek, 40 jaar geleden, in deze zelfde schouwburg met muzikanten als Willem Breuker met zijn Kollektief, Maarten van Regteren Altena, Leo Cuypers en Han Bennink.
Ger "Sax" van Voorden ( foto: Hans Koert)
Bij de tweede set, na de pauze, begon Deelder met het opzetten van een LP van The Jazz Messengers uit de jaren vijftig met daarop het nummer No Problem, dat overgenomen wordt door de band. Jazz moet live opgediend worden, meent Deelder en daarin geef ik hem gelijk.
Anton Goudsmit ( foto: Hans Koert)
In de tweede set speelde de band weer een aantal, duidelijk door Afrikaanse elementen beïnvloede nummers als Lucoolmi, een nummer dat Benjamin graag speelt en al in de jaren negentig door hem werd vastgelegd op CD. Het publiek kreeg wat het had verwacht: een professionele band met vakkundige musici, snel gespeelde stukken met Zuid-Amerikaanse ritmen, ondersteund door een paar prima percussionisten ( ik herinner me een fraaie solo van Frank dok dok van Dok , energieke solos door Anton Goudsmit en vette licks van Ger Sax, die al jaren met Deelder samen optrekt in o.a. de groep Trio Me Reet + 2 .
De New Cool Collective in Middelburg ( foto: Hans Koert)
Jules kon uiteraard niet om zijn Jazz Is Jazz Leeft (Gebeurt – Beweegt) gedicht heen en droeg ook het minder bekende Bumrap voor; speelde met zijn brushes op zijn snare-drum, speelde de dichter, die voorleest uit zijn nieuwste bundel met enkele tegeltjeswijsheden:, zoals Het licht in de tunnel is het naderend eind. stoïcijns en uitdrukkingsloos, pokerfaced, gezeten voor op het podium: als een levende karikatuur van de jazzfan uit de jaren vijftig. En zo wilde het publiek hem graag zien en die rol speelde de bijna 65-jarige graag.
David Rockefeller ( foto: Hans Koert)
Dit concert was één van de laatste in een lange rij van optredens en wellicht was dat de oorzaak van de ontlading, die zich op het podium voltrok. Iedereen genoot – het publiek incluis, al gingen mijn wenkbrauwen wel even omhoog bij het gezamenlijk aangeheven lied Toen Wij Uit Rotterdam Vertrokken, dat qua tekstbewerking thuis hoort in de We-Hebben-Een-Potje-Potje-Potje Potje-Veh-he-het traditie. Eigenlijk geloof ik dat dit concert beter gepast had in de programmering van het festival, buiten op het abdijplein, zodat het publiek de vrijheid had om mee te bewegen op de aanstekelijke ritmen; misschien is het een optie voor een volgend festival?
In hun toegift, Machowe, kregen alle musici nog een keer de kans om te schitteren.
Jules Deelder ( foto: Hans Koert)
Dit concert was het laatste in een serie van twee aanloopconcerten ( het eerste was het concert van de Noorse trompettist Nils Peter Molvær) op weg naar het Derde International Jazzfestival in het laatste weekend van mei. Tijdens deze drie dagen (Pinksteren) is er van alles te genieten voor liefhebbers van zowel de traditionele jazz als de meer progressievere stromingen: Wat te denken van Courtney Pyne, Gino Vannelli, Dave Holland, van de Australische New Orleans Ale Stars (o.l.v. Harriet Lewis ), onze eigen New Orpheans (met Eric Vloeimans() en een heleboel kleine en grote concerten op het sfeervolle abdijplein, de historische markt van Middelburg en de kroegen in het centrum. Op hun informatieve website vind je het complete programma.

Labels: , , , , ,

Monday, May 18, 2009

New Cool Collective with Jules Deelder in concert in Middelburg

New Cool Collective with Jules Deelder in concert in Middelburg (English) New Cool Collective met Jules Deelder in de Stadsschouwburg van Middelburg (Nederlands)

Run-up for the 3rd International Jazz Festival Middelburg
NEW COOL COLLECTIVE with JULES DEELDER iN CONCERT IN MIDDELBURG
Hans Koert


On Saturday the 16th of May, 2009, The New Cool Collective performed at the Stadsschouwburg of Middelburg, in the southwest part of The Netherlands, as the run-up for the coming International Jazz Festival of Middelburg, scheduled in the last weekend of May 2009.
Benjamin Herman ( photo courtesy: Hans Koert)
The eight men of the New Cool Collective, directed by Benjamin Herman, had invited two special guest to tour Jules Deelder, Dutch poet, nicknamed Nachtburgemeester van Rotterdam (= the Night-mayor of Rotterdam) and his saxophone player Ger “Sax” Van Voorden.
The band, founded fifteen years ago by Benjamin Herman, features, of course, the leader on alto saxophone and flute, David Rockefeller on trumpet, fluegelhorn and trombone,
Anton Goudsmit at the guitar, Willem Friede at the keyboards, Leslie Lopez bass guitar and solo guitar, Frank van Dok and Jos de Haas percussion. And, last but not least, Joost Kroon on drums.
Guests: Jules Deelder, speech, snare drum, tenor saxophone, promotor of bebop jazz and Ger “Sax” Van Voorden on tenor saxophone; Deelder's companion for years in bands like Trio Me Reet + 2..

Ger "Sax" Van Voorden and Jules Deelder (photo courtesy Hans Koert)
The first set started with the great tune Trees and Grass and Things, a tune, originally recorded by the Charles Williams Septet in 1972. followed by tunes like Boca Arriba and Lang Lang, named after piano player Lang Lang, with a great guitar solo by Anton Goudsmit, in his typically expressive and energetic way of playing his instrument. ( The Guardian, an English news paper seems to have labelled him once as: “Seeing Anton play his guitar, makes you wonder where the fire escape is..." )
Jules Deelder ( photo courtesy: Hans Koert)
Between the instrumentals Jules Deelder brought his poems, dressed in his typically outfit, his 1950s pair of glasses and hair style, like Jazzverleden and, sung in a trio, accompanied by Ger's groovy sax and Anton Goudsmit's screaming chords: his poem Blues on Tuesday. In his story Romilar he described his experiences with this cough syrup and its effects playing free jazz in an Antwerp bar. The bands version of free jazz was the sign to leave the room for a drink; only some die-hards survived. It remembered me to the 1960s concerts of Nieuwe Muziek in this same Stadsschouwburg 40 years ago with musicians like Willem Breuker and Han Bennink.
Ger "Sax" Van Voorden ( photo courtesy: Hans Koert)
The second set, after the break, started with Jules Deelder playing an old vinyl 33rpm LP record from the 1950s by the Jazz Messenger, which brought the members of the band back on stage playing the tune, No Problem, live in stead of canned music, as Jazz moet live opgediend worden (= Jazz should be served live.) as Deelder explained.
Anton Goudsmit ( photo courtesy: Hans Koert)
In the second half more African flavoured music by the band, like the tune Lucoolmi, which was recorded by Benjamin in the 1990s and belongs to one of his favourites. The audience got what it wanted - A professional show by skilled musicians, fast latin flavoured rhythms by the percussion group ( a great solo by Frank van Dok on conga), energetic solos by Anton Goudsmit and groovy solos by Ger Sax Van Voorden, Deelder's companion for years.
The New Cool Collective in Middelburg ( photo courtesy: Hans Koert)
Jules Deelder, of course, didn't forget his famous Jazz Is Jazz Leeft (Gebeurt Beweegt ………) and the less known Bumrap, one of his rare English poems, recited some one-liners in Bundel ( Het licht in de tunnel is het naderend eind) and played, stoic, with a deadpan expression, his snare drums with his brushes, as a character of the 1950s jazz scene in front of the band. That's Deelder - that's what the audience expect from Deelder ...............

David Rockefeller ( photo courtesy: Hans Koert)
It was one of last performances in this setting; maybe that made it a pleasure to be part of it, although the collective sung folk tune Toen Wij Uit Rotterdam Vertrokken did raise my eyebrows. In my opinion, this concert would have been perfect as an open air performance at the inner court of the Abbey, where the people can make a choice to sit down or to dance. Maybe next festival! After the final tune, Machowe, the audience left tired, but well-satisfied in the night.
Jules Deelder ( photo courtesy: Hans Koert)
This concert was the final concert before the start of the
Third International Jazz Festival of Middelburg in the last weekend of May with great names like Courtney Pine, Gino Vannelli, Dave Holland and a lot of more music to be schedulded in the attractive inner court of the Abbey or historical market place in the old centre of the city. You can find the complete program at the festival site.

Labels: , , , , ,

Saturday, May 16, 2009

The transfer of an old Filmophone Record

A (limited) FILMOPHONE DISCOGRAPHY - Hans Koert.

Filmophone: a vulnerable 80 years old flexibel record
THE TRANSFER OF AN OLD FILMOPHONE RECORD
Leo Enticknap

(Hans Koert) A week ago, Leo Enticknap from York, England contacted me and told me he had made a transfer of one of those rare Filmophone records I described in my Flexible Records project. If you’ve ever seen a Filmophone flexible record, made of transparent celluloid in various gaudy colours, know that these ephemeral records are very vulnerable and most are unplayable after 80 years. After all those years it might have shrinked, so the surface might be no longer flat anymore. And, of course, the material, the substrate, is rather soft, so the record might easily damage and have scratches and needle drops. Filmophone records, like Goodsons, Phonycords, (New) Flexos and other 1930s flexible records are hard to play now-a-days. I invited Leo to tell how he did this transfer that and below you’ll find his contribution, which became a rather technical story ( I'm sure the boffins will like it! ). At the end I'll introduce you to Sir Malcolm Campbell who actually does the speech on the transfered recording.

Filmophone records were so-called flexible records made in 1931 and half way 1932. Flexible records were the answer to the breakable shellac records. Flexible records, like Filmophone, Goodson, (New) Flexo, Phonycord and of course, the card board Durium ( e.g. the Hit of the weeks) records were made to play a dozen times and then throw away, but now, 80 years later, some have survived. The Filmophones, British made, were sold for 2/6. The first ones have, as mentioned before, brilliant colours – the “younger ones” are pressed in opaque black celluloid. There was no paper label, but the information is engraved in silver or gold letters in the surface. With help of the Flexible Records project and the Flexible Records blog I hope to preserve some of these rare labels. The Durium records have been extensively described in the Hit of the week - Durium weblog and the online Hit of the week - Durium discography.

Love to introduce you to the contribution of Leo Enticknap now: The TRANSFER OF AN OLD FILMOPHONE RECORD.
This Filmophone record from 1932 (no. 164), belongs to a friend, who knew that I collected shellac 78s and asked if I could make him a digital copy. I was apprehensive about trying, due to the very fragile nature of the record substrate. This appears to be either cellulose diacetate or cellulose acetate butyrate. It isn't cellulose nitrate, because it doesn't have the characteristic mothball smell of nitrate - I'm a film archivist by profession and would recognise that smell anywhere. The substrate had shrunk slightly, making the surface uneven. I managed to more or less flatten it by putting the record on the turntable platter and placing a thick, heavy, 1908 12" shellac 78 on top of it overnight. As you will see from one of the photos, there is quite a lot of surface dust that I deliberately didn't try to remove with any chemical method for fear of causing corrosive damage. My usual technique with shellac records is to immerse them in distilled water overnight and then leave them to dry for a day in a draining rack. But I didn't want to risk it in this case, and so I decided to wipe it with a dry, lint-free cloth only and remove the worst surface noise digitally after the transfer and digital capture. For my 78 transfers I use a Vestax BDT-2500 turntable. While it's by no means a high-end audiophile job (it's belt-driven for one thing), this model is in my opinion ideal for a record collector who has both coarsegroove 78s and microgroove LPs, and a limited budget for equipment. Originally designed for DJs and costing around £UK300, it has several features that make it very useful for antique record collectors. Most obviously is the infinitely variable speed from 16-96rpm, which can be adjusted without any need to remove platters or change belts. As it uses a standard headshell mount, it is quick and easy to change cartridges, and to adjust the tracking and anti-skate force accordingly. So if, like me, you have one cartridge for LPs and another for 78s, it's a five minute job to convert the turntable from LP to 78 operation and back again. Crucially, the BDT-2500 has a built-in phono preamplifier which can be bypassed if needed.
The vast majority of phono preamps apply the RIAA (= Recording Industry Association of America) equalisation curve. In order to improve the sound quality of vinyl LPs, the treble frequencies are boosted and the bass ones attenuated during the mastering process. The RIAA preamplier reverses this in playback, boosting the bass level and lowering the treble. This reduces the audibility of the surface noise, which is found in the higher frequency range: in other words, RIAA mastering improves the signal to noise ratio in the treble region. The problem for 78 collectors is that coarsegroove 78s were not mastered using RIAA equalisation, and so you don't want that preamp in the circuit when playing back a 78. A 78 played back using RIAA equalisation will lose a lot of detail in the treble range, because this hasn't been boosted in the recording process as it has on a vinyl LP. For acoustically recorded (pre-1975) 78s you don't want to apply any equalisation at all, obviously, because they were just recorded with a horn and a needle - no electronic amplification was involved. Most electrically mastered 78s (from the mid-1920s onwards) were mastered using either the Blumlein or the Westrex equalisation curves, which increase the bass frequencies in mastering, rather than the treble ones boosted by RIAA. It's possible to approximate these EQ curves using a software graphic equaliser, of which more later. There are one or two specialist manufacturers who make standalone phono preamps that can apply any of the 78-era curves to a phono signal and output a balanced line level signal, but these cost four figures as a bare minimum and I can't afford that sort of money.So, with the RIAA built-in preamp bypasses, I connect the phono level output from the cartridge to the mic input of a computer sound card - in my case a Creative Audigy 2. The mic preamp in the sound card will amplify the phono level signal to a point at which a computer can capture it. It's then a case of simply playing the record into the computer. I use a Shure M78 cartridge and N78 stylus. Sadly, my budget does not extend to a full range of coarsegroove styli covering all the groove types. I believe the N78 has about an 0.0025 inch radius, which makes it ideal for 1930s and '40s records, but less so for earlier acoustic ones that tend to have wider grooves. For this 1932 pressing it's fine. Given the fragility of this flexible acetate record I used the bare minimum of tracking force I could get away with without the needle jumping - 1.5 grams, with 0.5 of anti-skate. I made one pass of each side before capture to get dust and contaminants out of the grooves, cleaning the stylus tip with a compressed air spray after each side, followed by the capture pass. The capture was made straight into Adobe Auditon 2.0. Sir Malcolm Campbell behind his Blue Bird racing car. (1930s)
The automated noise reduction features of Audition were really designed with tape hiss in mind rather than the surface noise of records, and so the only functions I tend to use are the equalisation ones and the 'fill in single click' to manually get rid of the worst noise and scratches. In the last minute or so of side 1 of the Campbell record there is a deep scratch. I probably could have eliminated it by nuking each 'pop' individually, but I didn't have the time! For this record I applied an approximation of the Blumlein curve using the graphic equaliser function, followed by a scientific filter to roll off the frequency response above 3khz, which gets rid of a surprising amount of the surface noise. I find that you need to experiment with the cutoff level from side to side: both the pressing (e.g. HMVs are a lot noisier than Columbias, in my experience) and how worn the side is can make a difference. When these records were in mainstream use they were played with steel needles, and it doesn't take too many passes with one of those to inflict considerable wear.

After that it was simply a case of editing out the side break, and that was that. The side break is at 3'48" on the Campbell record, and the eagle-eared among you will hear it because the surface noise changes pitch suddenly at that point (it gradually reduces in frequency from the outer to the inner part of the playing surface). When I'm digitising 78s I save one uncompressed .WAV file before applying any equalisation, filtering or side break editing. This is so that if for any reason I lose the record but acquire better software in future, I can start with a 'raw' version of the capture from which to attempt restoration. I then save an uncompressed file with equalisation and filtering applied, plus a compressed MP3 for reference purposes, which is what you can download from this site.

My World’s Record part one – Sir Malcolm Campbell
My World’s Record part two – Sir Malcolm Campbell


Recorded 1931 and released as Filmophone no. 164


Leo Enticknap (York (GB))
keepswinging@live.nl or ldge[at]enticknap[point]net


This contribution has been published in English at the Flexible Record blog too and in Dutch as Het digitaliseren van een oude Filmophone. (translated in Dutch by Hans Koert)

Who was Sir Malcolm Campbell ( 1885-1948)? Sir Malcolm Campbell was an English racing motorist and motoring journalist. He gained the world speed record on land and on water at various times during the 1920s and 1930s using his Blue Bird. On the record he tells about one his new speed records attemps, problably held in 1931. He was the first one to drive a car with a speed of more then 300 miles/hrs ( = almost 500 km/hrs). I found a fragment of the 1930s where you can see Sir Malcolm driving his Blue Bird along the beach.

Sir Malcolm between some of his co-workers.

Leo Enticknap is a university lecturer and former moving image archivist living in York, United Kingdom. Since 2006 he worked at the Institute of Communications Studies at the University of Leeds as a Lecturer in Cinema. His research and teaching interests focus on the political history of non-fiction film and television, the history of moving image technologies and the practice and ethics of archival film preservation and restoration. On his website you can find more info about his projects ( source: Leo's own website)


A limited FILMOPHONE DISCOGRAPHY - Hans Koert

You can find more photos of FILMOPHONE records at the online FLEXIBLE RECORDS Project site.

134 - Crying For The Carolines / Singing My Way Round The World - PHIL REGENT and his ORCHESTRA
143 - My Man / My Handy Man = ANY BURTON
164 –My World’s Record = SIR MALCOLM CAMPBELL
190 – Egyptian Ella / I Lost My Gal Again = THE REGENCY DANCE ORCHESTRA
203 - Ten Cents A Dance = ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA
210 – Maire My Girl / The Floral Dance = PETER SINCLAIR
216 – Musical Comedy Switch! = ARTHUR LALLY and his BAND
219 = Roll on Mississippi Roll On - ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA
223 - When I Take My Sugar To Tea - FENTON's RAINBOW
224 – Mood Indigo / Farewell Blues - FENTON's RAINBOW
239 – I Surrender Dear / African Lament = ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA

241 – Two Little Blue Little Eyes - FENTON's RAINBOW
262 – I’m Crazy ‘bout My Babuy – AL DOLLAR and his TEN CENTS ( = Cab CValloway and his Orchestra)
303 – I Found A Million Dollar Baby - AL DOLLAR and his TEN CENTS (= Chick Bullock and his Levee Loungers)
304 – My Honey’s Loving Arms = AL DOLLAR and his TEN CENTS (= Cab Callloway and his Orchestra)
322 – We = ARTHUR LALLY and his BAND
329 – Have You Forgotten / Now I Have You = FREDERICK HARTLEY NOVELTY QUINTET
353 – When It’s Sleepy Time Down South / Linda = JIMMY FERGUSON and Orchestra
357 - Destiny Waltz = NEW UMBERLAND ORCHESTRA
375 – My Sweet Tooth Says = VERA WUNSON with ORCHESTRA
397 – It’s Great To Me In Love = NEW CUMBERLAND DANCE ORCHESTRA
402 – Oh Mo’nah = NEW CUMBERLAND DANCE ORCHESTRA (= mogelijk Billy Cotton Band)
441 – Open Up Dem Dearly Gates = FRED DOUGLAS
444 – There’s A Rng Around The Moon / Home = C.D. SMART - WURLITZER ORGAN

The bold-marked records are in my collection.

Retrospect
Hit of the week - Durium Discography Harlem Hot Chocolates Wat een Meisje Weten Moet Music on the Antarctic Unknown Italian Cardboard Record Goodson Records Oscar Aleman Choro Music Flexible Records Hit of the Week-Durium Keep Swinging News letter Keep Swinging Contributions

Labels: ,

Friday, May 15, 2009

Het digitaliseren van een oude Filmophone


Een (beperkte) FILMOPHONE DISCOGRAFIE - Hans Koert.

Filmophone: een kwetsbare 80 jaar oude flexibele plaat
HET DIGITALISEREN VAN EEN OUDE FILMOPHONE
Leo Enticknap
(vertaling Hans Koert)


(Hans Koert) Een week geleden ontving ik van Leo Enticknap uit York, Engeland een mailtje, waarin hij me vertelde dat hij een transfer gemaakt had van een Filmophone plaat.
Als je ooit zo’n zeldzame kleurrijke Filmophoneplaat in handen hebt gehad, gemaakt van helder doorschijnend celluloid in de mooiste kleuren, dan weet je hoe kwetsbaar deze “wegwerp”platen zijn. De meeste 80 jaar oude Filmophoneplaten zijn dan ook niet meer goed af te spelen, omdat ze in de loop der tijd gekrompen zijn en het oppervlak vaak hobbelig geworden is. Ik heb Leo gevraagd hoe hij deze opnamen had gemaakt en bijgevoegd vind je een uitgebreid, zij het erg technisch, verhaal ( komen eindelijk de techneuten ook eens aanbod in deze veelzijdige blog). Ik heb Harry Coster, geluidsrestaurateur van veel bij
na verloren opnamen, gevraagd mijn vertaling op technische termen te corrigeren. Onderaan bij de commentaren (= commends) vind je nog een reactie van hem op het stuk. Hieronder, na een algemene introductie over de Filmophone-plaat het verhaal van Leo Enticknap.

Filmophone platen zijn zogenaamde flexibele platen, net als de Phonycord, Goodson Record en, uiteraard, de kartonnen Durium (m.n. de Hit of the week) plaat, onbreekbaar en korte tijd geproduceerd in
Engeland (1931 tot halverwege 1932). De oudste zijn gemaakt met heldere kleuren – de “jongste” zijn van zwart celluloid. Ik schreef eerder over de FILMOPHONE ( in het Engels) in
het Flexible Records project in mijn Flexible Records blog, dat speciaal gewijd is aan deze zeldzame plaatjes uit begin jaren dertig. (Hans Koert)

En dan nu het verhaal van Leo Enticknap: HET DIGITALISEREN VAN EEN OUDE FILMOPHONE

Deze Filmophone 78-toerenplaat uit 1932 ( no. 164) komt uit de verzameling van een vriend, die wist dat ik 78-toeren schellakplaten verzamelde en hij vroeg me om er een digitale kopie van te maken. Eerlijk gezegd was ik daar niet zo happig op, gezien de kwetsbaarheid van de plaat. De plaat is gemaakt van een soort cellulose diacetate of cellulose acetate butyrate. Het is in ieder geval niet van cellulose nitrate gemaakt, omdat de typische “mottenbalen”geur ontbreekt – als filmrestaurateur en - archivaris zou ik die geur overal herkennen. Het materiaal is licht gekrompen, waardoor het oppervalk wat hobbelig geworden is. Ik kreeg hem min of meer vlak door er een nachtlang een zware, uit 1908 daterende, 30cm grote, schellakplaat op te leggen.

Zoals je op de foto kunt zien zit er nogal wat oppervlaktestof op, dat ik, voorzichtigheidshalve, niet met één of andere chemische oplossing heb willen verwijderen; bang het oppervlak te beschadigen. Schellakplaten leg ik dan een nacht in gedestilleerd water en laat die dan drogen in een droogrek, maar met deze plaat wilde ik het risico niet nemen. ( Harry Coster raadt deze manier van schoonmaken echter af. Lees hierover het "commend" van deze blog). Ik heb hem dus alleen met een droge doek afgenomen en de ernstigste oppervlakte ruis later digitaal verwijderd.
Voor het digitaal overzetten van 78-toeren platen gebruik ik een Vestax BDT-2500 draaitafel. Hoewel dit zeker geen topapparaat is ( het is snaar-aangedreven) is het voor mij, met mijn beperkte budget, de ideale machine, die zowel de gewone 78-toeren-groef als de “microgroove" LP’s kan afspelen. Het apparaat is van oorsprong gemaakt voor DJ’s en kostte zo’n UK£ 300 en het heeft verschillende toepassingen, die ideaal zijn om 78-toeren platen mee af te spelen. Zo is het toerental variabel ( tussen 16-96 toeren per minuut) en het kan toegepast worden zonder dat de plaat van het apparaat gehaald hoeft te worden of snaren verwisseld. Het apparaat is uitgerust met een standaard toonarm, waar elementen eenvoudig vervangen kunnen worden en de tracking en anti-skate instellingen kunnen eenvoudig gewijzigd. Als je dus, net als ik, verschillende elementen hebt voor LPs en 78-toeren dan is het maar een paar minuten werk om het apparaat aan te passen. Heel belangrijk is, dat de BDT-2500 een ingebouwde voorversterker heeft, die, indien nodig, bijgesteld kan worden.

De meeste standaard voorversterkers van RIAA (= Recording Industry Association of America) geven een equalsatiecurve weer. Om de geluidskwaliteit van LPs te verbeteren worden de hoge frequenties opgeschroefd en de bassen afgezwakt tijdens het omzetten. De RIAA voorversterker zet dit om in playback, door het niveau van de lage tonen te verhogen en de hoge te verlagen.Hierdoor wordt de oppervlakte ruis verminderd, die vooral in de hogere frequenties zit: met andere woorden: Door het werken met de RIAA wordt het signaal versterkt in de hoge tonen. Het probleem voor 78-toeren verzamelaars is dat de eenvoudige groef van de 78-toerenplaat niet bewerkt hoeft te worden als de plaat wordt afgespeeld. Als je dat wel doet, dan gaat een heleboel dynamiek in de hogere regionen verloren omdat die niet tijdens het opnameproces opgeschroefd zijn, zoals bij een vinylplaat. Bij akoestisch opgenomen platen ( voor 1925) wil je helemaal geen equalisatie van het geluid, omdat die opnamen zijn vastgelegd met een hoorn en een naald, zonder enige elektrische versterking. Bij de meeste 78-toerenplaten ( vanaf halverwege de jaren twintig) werd of met een Blumlein of een Westrex equalizer curve gewerkt, waarbij juist de bassen verminderd werden in plaats van verhoogd zoals bij de RIAA. Het is mogelijk om dit te benaderen door speciale software te gebruiken, waarover later m eer. Er zijn één of meer gespecialiseerde fabrikanten, die een losse voorversterker leveren die elk signaal van een 78-toerenplaat kunnen bewerken tot een uitgebalanceerd geheel, maar dan spreken we over iets met vier nullen op zijn minst en dat kan ik me helaas niet veroorloven.
Dus, met de RIAA ingebouwde voorversterker verbind ik de uitgang van het element met de mic-uitgang van een computer geluidskaart – in mijn geval een Creative Audity 2. De mic voorversterker in de geluidskaart zal het geluid van het element versterken tot een niveau waarmee de computer raad weet. Daarna is het eenvoudigweg de plaat afspelen en het geluid opslaan op de computer. Ik gebruik een Shure M78 element met een N78 naald. Tot mijn spijt staat mijn budget het niet toe om een hele serie naalden te hebben, die alle groefvormen aankunnen. Volgens mij heeft de N78 een 0.0025 inch punt, wat het ideaal maakt voor platen uit de jaren dertig en veertig en minder voor de vroege akoestische opgenomen platen die een bredere groef hebben. Voor deze Filmophone uit 1932 is de naald prima geschikt. Omdat deze flexibele plaat erg makkelijk beschadigt, heb ik gekozen voor zo weinig mogelijk naalddruk – het lukte me de plaat te spelen met een naalddruk van 1,5 gram ( en 0,5 anti-skate) zonder dat de naald het contact met de groef verloor. Ik speelde beide plaatkanten eenmaal af zonder een opname te maken om zodoende stof een aanslag uit de groeven te krijgen, maakte de naaldpunt schoon met gecomprimeeerde lucht en maakte vervolgens de definitieve opnamen. Dit gebeurde rechtstreeks naar Adobe Audition 2.0.
Sir Malcolm Campbell achter zijn snelheidsmonster: The Blue Bird.
De automatische ruisonderdrukking van Audition is eigenlijk ontworpen om bijgeluiden op bandopnamen weg te poetsen en niet voor oppervlakteruis op platen. Het enige waarvoor ik hem dus kan gebruiken is als equalizer en om tikken en krassen te verwijderen. In de laatste minuut van kant 1 van de Campbell opname zat een diepe kras. Ik had die kunnen wegwerken door elke tik stuk voor stuk weg te werken, maar daarvoor ontbrak me de tijd. Voor deze plaat probeerde ik de Blumlein curve te benaderen m.b.v. een grafische equalizer en met een filter bewerkte ik de golven boven de 3khz, zodat ik een heleboel ruis kwijt was. Ik vind dat je eigenlijk bij elke kant moet experimenteren om de beste resultaten te krijgen. Zo zijn HMV persingen veel “lawaaieriger” dan bij Columbia’s, ontdekte ik. Ook maakt het veel uit of een plaat erg beschadigd is of grijsgedraaid. Bedenk dat deze platen, normaal gesproken, afgespeeld werden met stalen naalden en je kunt je wel indenken dat je zo’n plaat niet vaak hoeft te draaien om hem te beschadigen.
Hierna heb ik gewoon nog even de twee opnamenkanten aan elkaar vast gemaakt. De eerste helft van de Filmophone plaat eindigt op 3'48" en wie een scherp gehoor heeft zal dit merken omdat de ruis iets veranderd, aangezien de ruis vlak bij de uitloopgroef anders klinkt dan bij de startgroef. Als ik bezig ben bewaar ik altijd één onbewerkt wav bestand, voordat ik ermee aan de gang ga. Dat doe ik, omdat, mocht er iets gebeuren met de plaat ik tenminste nog de meest “originele’ transfer heb. Ik bewaar daarna nog een gefilterde, niet gecomprimeerde versie plus een gecomprimeerd MP3 file om te laten horen. Dit bestand kun je hieronder downloaden.
My World’s Record part one – Sir Malcolm Campbell
My World’s Record part two – Sir Malcolm Campbell

Opgenomen 1931 for Filmophone no. 164

Leo Enticknap (York (GB)) (vertaling: Hans Koert)

keepswinging@live.nl or ldge[at]enticknap[point]net

Deze bijdrage is ook geplatst (in het Engels) als The Transfer of an old Filmophone Record op de Flexible Record blog later.
Wie was Sir Malcolm Campbell ( 1885-1948): Sir Malcolm was een Engelse autocoureur en journalist, die gedurende de jaren twintig en dertig het wereldsnelheidsrecord zowel op het land als op het water op zijn naam had staan. Zijn auto heette de Blue Bird. Bijgevoegd een filmfragment uit de jaren drtig waarop je hem op het strand bezig kunt zien tijdens één van zijn recordpogingen. Hij was de eerste mens die sneller dan 300 mijl per uur ( = bijna 500 km. per uur) reed.



Sir Malcolm tussen zijn naaste medewerkers.

Leo Enticknap geeft les aan de universiteit en is een voormalig filmarchivaris uit York (Engeland). Sinds november 2006 werkt hij aan het
Institute of Communications Studies van de universiteit van Leeds als Lector Film. Op zijn website vind je meer over zijn restauratieprojecten.

Een beperkte FILMOPHONE DISCOGRAFIE - Hans Koert

Meer afbeeldingen van FILMOPHONE vind je in mijn online FLEXIBLE RECORDS Project site.

134 - Crying For The Carolines / Singing My Way Round The World - PHIL REGENT and his ORCHESTRA
143 - My Man / My Handy Man = ANY BURTON
164 –My World’s Record = SIR MALCOLM CAMPBELL
190 – Egyptian Ella / I Lost My Gal Again = THE REGENCY DANCE ORCHESTRA
203 - Ten Cents A Dance = ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA
210 – Maire My Girl / The Floral Dance = PETER SINCLAIR
216 – Musical Comedy Switch! = ARTHUR LALLY and his BAND
219 = Roll on Mississippi Roll On - ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA
223 - When I Take My Sugar To Tea - FENTON's RAINBOW
224 – Mood Indigo / Farewell Blues - FENTON's RAINBOW
239 – I Surrender Dear / African Lament = ARTHUR LALLY and his ORCHESTRA

241 – Two Little Blue Little Eyes - FENTON's RAINBOW
262 – I’m Crazy ‘bout My Babuy – AL DOLLAR and his TEN CENTS ( = Cab CValloway and his Orchestra)
303 – I Found A Million Dollar Baby - AL DOLLAR and his TEN CENTS (= Chick Bullock and his Levee Loungers)
304 – My Honey’s Loving Arms = AL DOLLAR and his TEN CENTS (= Cab Callloway and his Orchestra)
322 – We = ARTHUR LALLY and his BAND
329 – Have You Forgotten / Now I Have You = FREDERICK HARTLEY NOVELTY QUINTET
353 – When It’s Sleepy Time Down South / Linda = JIMMY FERGUSON and Orchestra
357 - Destiny Waltz = NEW UMBERLAND ORCHESTRA
375 – My Sweet Tooth Says = VERA WUNSON with ORCHESTRA
397 – It’s Great To Me In Love = NEW CUMBERLAND DANCE ORCHESTRA
402 – Oh Mo’nah = NEW CUMBERLAND DANCE ORCHESTRA (= mogelijk Billy Cotton Band)
441 – Open Up Dem Dearly Gates = FRED DOUGLAS
444 – There’s A Rng Around The Moon / Home = C.D. SMART - WURLITZER ORGAN

De dikgedrukte platen zijn in mijn verzameling.

Retrospect
Hit of the week - Durium Discography Harlem Hot Chocolates Wat een Meisje Weten Moet Music on the Antarctic Unknown Italian Cardboard Record Goodson Records Oscar Aleman Choro Music Flexible Records Hit of the Week-Durium Keep Swinging News Letter Keep Swinging Contributions

Labels: ,

Monday, May 11, 2009

Het Tweede Ukelelefestival van België

The Second Belgian Ukulele Festival 2009 (English) Het Tweede Ukelelefestival van België (Vlaams/Nederlands)

8 en 9 mei 2009 Sint-Niklaas
HET TWEEDE UKELELEFESTIVAL VAN BELGIË
Hans Koert


Op zaterdag 9 mei 2009 vond in de stadsschouwburg van Sint-Niklaas het tweede Internationale Ukelelefestival van België plaats.

De aftrap voor het festival had een dag eerder plaatsgevonden tijdens een zgn. Ukuleyleyjam in ‘t Ey in Belsele (vlakbij Sint-Niklaas), waar in 2007 de eerste editie van het festival gehouden

José Parrondo (foto: Hans Koert)
werd; een onverwacht succes met meer dan 400 bezoekers uit heel Europa – vandaar dat deze keer gekozen was voor een grotere ambiance, de stadsschouwburg van Sint-Niklaas.
Het festival, dat ‘s middags om twee uur startte duurde tot ver na middernacht en de bezoekers werden vergast op een keur aan artiesten, zoals Max and Veronica, The Uke Box, Gus and Fin, Les Mecs du
Nord, Yan Yalego, de Hot Potato Syncopators en José Parrondo, die tijdens korte concerten hun snaren lieten trillen.
In de foyer van de schouwburg, De Spiegel, kon beginnend talent en bezoekers hun spel laten horen - hier waren optredens van het doldwaze duo Gertrude et Gerard, Marcarthur, het Nederlandse tweetal Hein Overbeek en Anne van der Wal en het Antwerpse duo Hopeloos, dat liet horen, dat ook het Antwerps dialect naadloos past bij de ukelele. Het verraste me, dat er zoveel verschillende stijlen te horen waren tijdens het festival. Je zou vooral muziek verwachten á la George Formby of Ukelule Ike ( Cliff Edwards voor de ukelelebeten onder ons), maar niets was minder waar. Zo was er blues (Max and Veronika), Cajun (Yan Yalegro), volksmuziek (Duo Hopeloos), grappen en grollen (Gertrude et Gerard), esoterische New Age klanken (José Parrondo) en funky popnummers, die in geen enkele discotheek zouden misstaan (Gus and Fin), te horen; veel afwisseling en verrassingen dus.
De komische act van Gertrude et Gérard (foto: Hans Koert)
Hoewel ik niet alle groepen heb zien optreden, zoals Les Mecs du Nord en de uitsmijter de Hot Potatoes Syncopators, met een programma vol Spike Jones-effecten, wil ik toch een aantal acts in de schijnwerper plaatsen. De twee Schotten Gus and Fin, bekend door hun vele filmpjes op YouTube brachten onverstaanbare grappen en een gevarieerd programma met bijvoorbeeld nummers als het thema van de serie Rawhide en het bekende nummer van Kenny Rodger Ruby.
Shelley Rickey ( van The Uke Box) (foto: Hans Koert)
De Nederlandse groep The Uke Box bestaande uit Shelley Rickey, zang en ukelele en Marko van der Horst op ukelele, banjo, speelgoed accordeon en een zelfgemaakte cementbakbas, brachten een aantal nummers uit de jaren twintig en dertig als It’s a Sin to Tell a Lie, Blues My Naughty Sweetie Gives To Me en de klassieker Deep In My Heart; één van mijn favoriete nummers van die andere Rotterdamse groep uit de jaren tachtig De Berini’s ( Diep in mijn hart). Vooral het gevoelige nummer, Miss The Mississippi, gezongen door Shelley maakte veel indruk, omdat daarin nog eens duidelijk werd wat voor een prachtige stem ze heeft.
Marko van der Horst (van The Uke Box) (foto: Hans Koert)
Voor mij was dit “un-plugged”, dit haast onversterkte optreden één van de hoogtepunten van het festival. De Belgische artiest José Parrondo verraste met zijn thuis gemaakte samples waarmee hij samen speelde – dit gaf zijn solo-optreden een bijzondere dimensie en de New Age-achtige geluidslijnen deden je bijna vergeten dat je op een ukelelefestival beland was; de geluidsgrapjes grappen gaven dit concert de nodige luchtigheid. ( kwaak kwaak)
Yan Yalego, op banjo en ukelele, bracht nummers als St. James Infirmary, Please Don’t Talk About Me When I’m Gone, Tom Waits’s Chocolate Jesus; het haast doodgespeelde dixielandhitje uit de jaren twintig Yes Sir That’s My Baby en het nummer dat Robert Johnson in 1936 opnam als Rambling on my Mind. Yan Yalego; zijn trompetimitaties, maar ook zijn mooie stem, zijn geweldig, was één van de sterren van het festival en zou later die avond nog als gast meespelen met het Italiaanse duo Max and Veronica, dat bestaat uit Veronica Sbergia zang, ukelele en wasbord en Max De Bernardi op ukelele, banjo en dobro.
Max De Bernardi ( van Veronica and Max) (foto: Hans Koert)
Ze zetten een prima voorstelling neer, niet alleen dankzij Max’s spel op de dobro ( wat een schitterend instrument) maar ook door hun repertoirekeus met zelden gehoorde nummers als On The Road Again zoals dat eind jaren twintig werd opgenomen door de Memphis Jug Band (1928) of Dirty Mother For You zoals dat door Minnie Douglas ( beter bekend onder haar artiestennaam Memphis Minnie) op de plaat werd gezet. Ook de meer bekende Bessie Smith klassieker Nobody Knows You When You’re Down and Out kwam langs, mooi gezongen door Veronica, die zichzelf het liefst etaleert als een zingende ukelelespeler.
Veronica Sbergia (van Veronica & Max) (foto: Hans Koert)
Op het eind van het concert kwam Yan Yalego er nog even bij om samen met Veronica en Max alvast een voorproefje te geven van een aantal nummers van hun nieuwste CD, die binnenkort verschijnt. De uitvoering van de nummers I Got The Blues When It Rains en Me Myself and I, een nummer dat bekend is geworden door Billie Holiday, beloven veel en ik hoop dan ook deze CD een keer te kunnen bespreken op deze plaats.
Max and Veronika ( v.l.n.r. Max De Bernardi, Yan Yalego en Veronica Sbergia) (foto: Hans Koert)
Voor mij was het de eerste keer dat ik een ukelelefestival bezocht en ik kan je verzekeren dat ik met volle teugen genoten heb, alhoewel ik ontdekt heb dat ik de volgende keer ( het derde ukelelefestival staat gepland voor 2011 verzekerde Frederik Goossens
Een trotse bezoeker met zijn sigarendoosukelele (inclusief sigaren) (foto: Hans Koert)
me, de spreekstalmeester en organisator van dit prima geleide festival) een eigen ukelele moet meenemen, want dat schijnt hier een soort ongeschreven gedragscode te zijn of, als je dat niet hebt, kan ook eventueel, denk ik, een lege ukelelekoffer volstaan

Bedankt voor het inspirerende festival.
Als je het leuk vindt om op de hoogte te blijven van de onderwerpen die in deze weblog aan de orde komen, vraag dan om de nieuwsbrief, die elke veertiendagen verschijnt.

Labels: , , , , , , , , , ,

Sunday, May 10, 2009

The Second Belgian Ukulele Festival 2009

The Second Belgian Ukulele Festival 2009 (English) Het Tweede Ukelelefestival van België (Vlaams/Nederlands)

8th and 9th of May, 2009 Sint-Niklaas (Belgium)
THE SECOND BELGIAN UKULELE FESTIVAL 2009
Hans Koert

On Saturday 9th of May, 2009, the Second Ukulele Festival of Belgium was scheduled in the Stadsschouwburg of Sint-Niklaas in the northwest part of Belgium between Antwerp and Ghent.

The festival had started the previous evening, in fact, with a Ukuleyleyjam in ‘t Ey in Belsele (near Sint-Niklaas), where the
first edition in 2007 started;

Parrondo (photo courtesy: Hans Koert)
an unexpected success with more then 400 visitors from all over Europe; this year the main festival was located in the much larger Stadsschouwburg of Sint-Niklaas.
At the festival, which started at 2.00 am up to the wee small hours, the visitors were regaled on various small concerts by a dozen of groups like Max and Veronica, The Uke Box, Gus and Fin, Les Mecs du Nord, Yan Yalego, the Hot Potato Syncopators and Parrondo.
In the foyer of De Spiegel was a free stage for upcoming ukulele players to show their talents.
The Dutch duo Hein Overbeek and Anne van der Wal on the free stage in the foyer. (photo courtesy: Hans Koert)
I was surprised by the varied repertoire and styles I heard at the festival – not only the funny George Formby imitations or 1930s Roy Smeck standards, you would expect, but also blues (Max and Veronika), Cajun (Yan Yalegro), folk in Antwerp dialect (Hopeloos), fun and humor (Gertrude et Gerard), Esoteric, almost New Age-like sounds ( Parrondo) and pop standards (Gus and Fin) made the concerts very diverge and surprising.
The comic act by Gertrude et Gérard (photo courtesy: Hans Koert)
Although I haven’t seen all shows, like Les Mecs du Nord and the Hot Potatoes Syncopators, the final act of the festival, a Spike Jones imitation by Duke of Nostalgia, Mr. Dennis Teets and Mr. Maris Piper, I was surprised by some of the acts, I love to spotlight for a moment. The two Scottish musicians Gus and Fin, known from numerous YouTube performances, brought a varied program with tunes like the Theme from Rawhide and the Kenny Rodgers hit Ruby.
Shelley Rickey ( from The Uke Box) (photo courtesy: Hans Koert)
The Dutch Uke Box featuring Shelley Rickey vocals and ukulele and Marko van de Horst on ukulele, banjo, toy-accordion and home-made wash tub bass brought some great 1920s tunes like It’s a Sin To Tell a Lie, Blues My Naughty Sweetie Gives To Me, the classic Deep In My Heart ( one of my favourite tunes ( Diep in mijn Hart) sung by that other former Rotterdam group De Berini’s) and a sensitive sung Miss The Mississippi which underlines the fact that Shelley has a great voice.
Marko van der Horst (from The Uke Box) (photo courtesy: Hans Koert)
For me this (too) short “un-plugged” performance was one of the high lights of the festival. The Belgian artist José Parrondo surprised with some pre-recorded samples which gave his solo concert a fascinating extra dimension – sensitive; almost esoteric New Wave-like music, but thanks to all kinds of unexpected effects, a humour full experience.
Yan Yalego, on banjo and ukulele, surprised with tunes like St. James Infirmary, Please Don’t Talk About Me When I’m Gone, Tom Waits' Chocolate Jesus, the 1920s standard Yes Sir That’s My Baby and the 1936 Robert Johnson classic Rambling on my Mind. Yan Yalego, whose mouth-trumpet imitation is really fantastic, one of the stars on the festival, returned as a guest player with the Italian duo Max and Veronica, later during the festival. Max and Veronica, featured Veronica Sbergia, the singing ukulele player as she labels herself (but she also plays the washboard - women-like with hair brushes (!)) and Max de Bernardi on ukulele, banjo and dobro.
Max De Bernardi ( from Max and Veronica) (photo courtesy: Hans Koert)
This performance was great too, not only because of Max 's metal dobro, but also because of seldom heard songs like On The Road Again as recorded by the Memphis Jug Band (1928); Dirty Mother For You as sung by Minnie Douglas ( better known as Memphis Minnie) or a better known Bessie Smith classic Nobody Knows You When You’re Down and Out.
Veronica Sbergia (from Max and Veronica) (photo courtesy: Hans Koert)
At the end of their performance Yalego joined Veronica and Max for two previews ( I Got The Blues When It Rains and Me Myself and I, a tune related to Billie Holiday, sung in a great way by Veronica and Yalego ( with of course his trumpet imitation)) of their latest album to be released soon. I love to hear it!.
Max and Veronika ( f.l.t.r. Max De Bernardi, Yan Yalego and Veronica Sbergia) (photo courtesy: Hans Koert)
For me it was the first time to visit a ukulele festival and I can tell you that it tasted well for me, although I learned that I need next time ( the 3rd Belgian ukulele festival is scheduled for 2011, organisator Fredrik Goossens assured me) a ukulele myself to take along,
One of the festival visitors demonstrates proudly his cigar-box uke, dedicated to Bo Diddley. (photo courtesy: Hans Koert)
because it seems a code of conduct to take your own instrument or, at least, a ukulele case with you!
Thanks, Frederik and all volunteers for the this Second Belgian Ukulele Festival.
Enjoy Shelley Rickey's review of the festival, titled: The Belgian Ukulele Festival Was a Smash.

Hans Koert
keepswinging@live.nl
Enjoy some photos from the festival

Labels: , , , , , , , , , ,

Friday, May 08, 2009

Satchmo: Optreden in veilinghal van Blokker

Satchmo: Live in an auction hall in Blokker (English) Satchmo: Optreden in veilinghal van Blokker (Nederlands)

Blokker - 10 mei 1959
SATCHMO: OPTREDEN IN VEILINGHAL VAN BLOKKER
Hans Koert

Op 10 mei 1959, vijftig jaar geleden, schreef een klein dorpje in de kop van Noord Holland geschiedenis, door de King of Jazz Louis Armstrong te laten optreden. Het concert vond plaats in de plaatselijke veilinghal, waar zo'n 8000 enthousiaste jazzfans een plaatsje gevonden hadden. Het zou een legendarisch concert worden
In de veilinghal van Blokker, een plaatsje tussen Hoorn en Enkhuizen, waar normaal bloemkolen, appels en peren verhandeld werden, trad Louis Armstrong met zijn All-Stars op voor een uitzinnig publiek. Niet bepaald de meest voor de hand liggende locatie voor zo’n belangwekkend concert.
Hoe was dat zo gekomen?
In het dorpje Blokker, niet meer dan 3000 inwoners, was, begin jaren vijftig, behalve een paar “verzuilde” jongerenclubs, weinig te beleven voor de jeugd. Twee van hen, Ben Essing en Jan Vis wilden daarin verandering brengen en organiseerden een concert waarop één van de toen populairste bands van Nederland optrad, de Dutch Swing College Band. Dit concert vond plaats op 15 juli 1956 en trok zo’n 5000 bezoekers. Dankzij het feit dat Ben’s vader burgemeester was en voorzitter van de veiling mochten ze gratis gebruik maken van de hal en alle faciliteiten er omheen, zoals de catering, het geluid en licht, het opbouwen van de zitplaatsen, de promotie en kaartverkoop, wat allemaal werd uitgevoerd door tientallen vrijwilligers. Dit concert werd een succes en dat succes smaakte naar meer ……….. Twee jaar later, in 1958, haalden de twee jongens Benny Goodman, The King of Swing, de koning van de swingmuziek, naar Blokker, voor één van de twee Nederlandse optredens van het orkest. Het eerste stond gepland op 14 mei in het Congresgebouw in Amsterdam en het tweede de volgende dag in ……….. de veiling Op Hoop van Zegen in Blokker. Van deze concerten werd door ABC-networks opnamen gemaakt en fragmenten ervan werden uitgezonden in de Verenigde Staten op 3 oktober 1959; in Nederland werd dit concert verslagen door het Polygoon journaal, dat wekelijks het nieuws in de bioscoop bracht. Dit fragment is bewaard gebleven:

Benny arriveert in het plattelandsdorpje in een grote limousine als een echte ster. Een paar dagen na het concert zal hij met zijn orkest het Amerikaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel openen; een gebeurtenis, die veel aandacht krijgt van de pers (TV) en waarvan platen werden uitgebracht in de serie Benny in Brussels.

Een jaar later werd er een compleet festival georganiseerd dat een paar dagen duurde. Tijdens dit Blokker Festival traden op Victor Sylvester met zijn orkest, Mieke Telkamp, Greetje Kauffeld en Rita Reys met het Trio Pim Jacobs; de publiekstrekker van het festival was echter niemand minder dan Louis Armstrong and his All Stars.
Louis en Velma rijden het dorp Blokker binnen ( 10 mei 1959) (foto: Ed van der Elsken (Jazz 1955-1959.61 ))
Hij werd het dorp binnen gereden als een echte King of Jazz, koning van de Jazz, samen op de bok met zijn zangeres Velma Middleton van een boerenkar getrokken door pony's, voorafgegaan door de Jeugddrumband De Westfriese Boertjes. Alle inwoners van het dorp waren hun huizen uitgekomen en het schijnt dat zo’n 50.000 mensen naar het Westfriese dorpje waren getrokken. In de veilinghal warmden groepen als de Micro Solisten uit Zaandam en het Kees Kuyt Combo, dat later nog een mooie prijs tijdens het Loosdrecht Jazzfestival zou winnen, het ongeduldige publiek op.
Iedereen keek uit naar het concert van de Koning van de Jazz zelf en toen Louis met zijn bandleden eindelijk het podium in de veilinghal beklom, kon het feest, onder leiding van zanger, trompettist en showman Satchmo, losbarsten. Zijn All-Stars bestonden uit Trummy Young op trombone, Peanuts Hucko op klarinet, Billy Kyle achter de piano, Mort Herbert op bas en Danny Barcelona op slagwerk. En uiteraard zorgde Louis met onvergetelijk hoge noten op zijn trompet en zijn typische raspige zang, bijgestaan door zangeres Velma Middleton, voor de hoogtepunten. Voor zover ik weet zijn er nooit opnamen bewaard gebleven van dit concert noch filmbeelden. Wel vond ik een fragment van een concert, dat Louis Armstrong met zijn All-Stars een paar maanden eerder in de Houtrusthallen in Den Haag opnam ( 7 februari 1959), waarin Louis met dezelfde mensen op het podium stond. Luister naar "St. Louis Blues" en "La Vie en Rose".

Pas tegen middernacht is de rust in het Westfriese dorpje teruggekeerd. Louis had genoten van het concert en wilde graag terugkomen en dat gebeurde ook zes jaar later, op 26 mei 1965. Een qua bezoekersaantal tegenvallend concert; slechts 1800 fans waren naar Blokker gekomen. Reden voor dit tegenvallende bezoekers aantal was wellicht de voetbalwedstrijd tussen Inter Milaan en Benfica, die op de televisie on het kader van een Eurovisieuitzending uitgezonden werd, maar zeker zal ook de veranderende smaak van de jeugd, die zich ging interesseren voor andere muziekstijlen, er debet aan geweest zijn.
De Blokker Festivals veranderden in popfestivals avant la letter met optredens van groepen als The Pretty Things, zangeres Nana Mouskouri, chansonnier Jacques Brel, artiesten als Vera Lynn, Cliff Richard en, niet te vergeten, één van de hoogtepunten uit de naoorlogse Nederlandse popgeschiedenis, het legendarische optreden van The Beatles op 6 juni 1964, die een dag daarvoor geschiedenis hadden geschreven met een rondvaart door de Amsterdamse grachten.

Labels: , , , ,

Thursday, May 07, 2009

Satchmo: Live in an auction hall in Blokker

Satchmo: Live in an auction hall in Blokker (English) Satchmo: Optreden in veilinghal van Blokker (Nederlands)

Blokker - 10th of May, 1959
SATCHMO: LIVE IN AN AUCTION HALL IN BLOKKER
Hans Koert

On the 10th of May, 1959 the great Louis Armstrong performed at a concert in the small village Blokker for an enthusiastic audience of 8000 men. This concert, now 50 years ago, has become legendary !!
In the auction building, where normally apples and pears were sold, of Blokker, between Hoorn and Enkhuizen in the north west part of The Netherlands the Louis Armstrong All Stars performed for the first time in this small rural village. Not the most obvious place for a concert by one of the most famous jazz trumpet players of the world, Louis Satchmo Armstrong himself. How did that happen?



In the small village of Blokker, almost 3000 inhabitants, there’s almost nothing to do in the early 1950s for the youngsters. Two of them, Ben Essing and Jan Vis wanted to change that and organized a concert with one of the most popular Dutch bands from that period, the Dutch Swing College. This concert, scheduled on the 15th of July, 1956, drew an audience of 5000 and became a success. Thanks to the fact that Ben’s father was the mayor of the village, they hadn’t to pay for the auction hall and everything they needed, the catering, the sound and light, the construction of the seats and stage, the promotion and ticket sales was done by volunteers. This concert was very morish and two years later, in 1958, non other than Benny Goodman, The King of Swing, was booked. Benny was touring around Europe and arrived in The Netherlands for two concerts. The first one was scheduled the 14th of May at the Concertgebouw in Amsterdam and the next day ……… in Blokker. These concert were recorded for TV by ABC-networks and fragments televised on the 3rd of October, 1959 in the States, but the village of Blokker was also head news on the Dutch Polygoon Nieuws, the news program showed in the Dutch cinema’s. Love to show you ( the commend is in Dutch) a fragment of this news item.


When he arrived in the village, the people organized the entry of Benny Goodman as a “realKing in a limousine. A few days later Benny would play at the opening of the American Pavilion at the Brussels World’s Fair, which was recorded for TV and released in a series of Columbia records titled Benny in Brussels. A year later a complete festival was organized. During the Blokker Festival which lasted a few days, Victor Sylvester and his orchestra played its dance music, Mieke Telkamp, Greetje Kauffeld and Rita Reys with the Trio Pim Jacobs were some of the other stars, but, the highlight of the festival was the concert by Louis Armstrong and his All Stars.

Louis and Velma enter the village of Blokker ( 10th of May, 1959) (photo: Ed van der Elsken (Jazz 1955-1959.61 ))
His entry of the village was on a farm cart together with his vocalist Velma Middleton, preceded by the Jeugddrumband ( = youth drum band) De Westfriese Boertjes. All inhabitants joined the entry and it seems that almost 50,000 people had overrun the village. In the auction hall bands like the Micro Solisten, a local group from Zaandam and the Kees Kuyt Combo, which would win an award at the Loosdrecht Jazz Festival later, tried to entertain the impatient audience, but they all had come for The King of Jazz himself.
When, finally, the King has reached the stage, the concert could start. His All-Stars featured Trummy Young on trombone, Peanuts Hucko on clarinet, Billy Kyle at the keys, Mort Herbert on bass and Danny Barcelona on drums. And of course Louis, nick named Satchmo, on the trumpet and uttered his typically raspy vocals and Velma Middleton.
There haven’t been, as far as I know, any recordings or film fragments of the concert. So I love to share with you a fragment of a concert with the same line-up recorded a few month earlier ( 7th of February 1959) in the Houtrusthallen in The Hague. Enjoy "St. Louis Blues" en "La Vie en Rose".


When the successful concert in Blokker had finished at 11.30 p.m., the peace in the small village had soon been restored. Louis sayed about the concert, that he liked it and loved to come back and that happened on a less successful concert on the 26th of May, 1965. Less succesfull as only 1,800 fans had gathered in the auction hall, maybe because of the football game between Inter Milan and Benfica on Dutch television or, more likely, the growing interest by the youth for new music styles.
The Blokker Festivals would develop into a pop festival avant la letter with concerts by the Pretty Things, Nana Mouskouri, Jacques Brel, Vera Lynn, Cliff Richard, Anneke Gröhnloh and, of course, one of the high lights in the Dutch pop history, a concert by The Beatles on the 6th of June 1964 with round trip of the Amsterdam canals the previous day.

Hans Koert
keepswinging@live.nl

Labels: , , , ,

Tuesday, May 05, 2009

Alix Combelle - de eerste Franse "zwarte" jazzmuzikant

Alix Combelle - the first French "black" jazz musician (English) Alix Combelle - de eerste Franse "zwarte" jazzmuzikant (Nederlands)

Een beperkte Alix Combelle Discografie

1912 - 1978
Alix Combelle - de eerste Franse "zwarte" jazzmuzikant
Georg Lankester
Wanneer je enigszins bekend bent met de vroege Europese jazz, met name
zoals die in Parijs ontstond, kom je de naam Alix Combelle nogal eens tegen.
Het gaat om die bruisende jaren dertig waarin de
Hot Club de France wordt opgericht en het befaamde Swing label, uitsluitend voor jazz bestemd, ontstaat. De tijd dat musici als Stéphane Grappelli (toen nog als Grappelly geschreven),
Django Reinhardt, Louis Vola en bijv. André Ekyan van zich doen spreken.
Wie is die Alix Combelle en hoe verliep zijn carriére?
Deze veelzijdige artiest, die liefhebbers van de Hot Club du France-stijl o.a. kennen van diverse swingende opnamen met Django Reinhardt, was ondermeer tenorsaxofonist, klarinettist, zanger, orkestleider, componist en arrangeur.
De Fransen noemen hem “Le premier négre du jazz, made in France” (= De eerste Franse "zwarte" jazzmuzikant).

Alix Combelle met Django Reinhardt en Stephane Grappelly
Een muzikaal begin
Alix
Combelle ziet op 15 juni 1912 het levenslicht in Parijs. Zijn vader is altsaxofonist bij Le Garde republicaine, de Republikeinse Garde, dus het spreekwoord de appel valt niet ver van de boom gaat hier zeker op.
In zijn jeugd begint hij eerst te drummen, maar vrij spoedig kiest hij voor de tenorsax, hoewel hij ook alt-, baritonsax en klarinet speelt en hij begint, tweede helft jaren twintig, aan een opleiding tot ingenieur. Maar de muziek trekt hem erg aan en hij is meer en meer te vinden in de orkestbak van de Parijse muziekhallen, dan achter de studieboeken. Het wordt dus niks met zijn studie, dat hij al snel opgeeft.
In de clubs spelen de Franse pioniers zoals de trompettisten Alex Renard, Pierre Allier en Philippe Brun, trombonist Guy Paquinet, altsaxofonist André Ekyan, violist Stephane Grappelli, gitarist Roger Chaput en de bassisten Roger Allier en Roger Grasset.
Le Jazz de Paris o.l.v. Alix Combelle. (foto: Les Grands Orchestres de Music Hall en France )
De jaren dertig
Combelle
vindt in 1931 werk in het orkest van Bruno en een jaar later bij Krikor Kelekian (alias Grégor, de oprichter van het befaamde Franse orkest Grégor et ses Grégoriens) dat veel publiek trekt. Ik vond een nummer van Grégor et ses Grégoriens getiteld Doin’ The Raccoon waarin Alix Combelle verstopt zit ergens in de saxsextie.

Na een jaar deel te hebben uitgemaakt van deze band vinden we hem terug in grote jazz-formaties als Le Jazz du Poste Parisien van Lucien Moreweck, Le Jazz Patrick o.l.v. trombonist Guy Paquinet en het orkest van violist Michel Warlop met wie hij ook opnamen maakt voor het nieuwe Swinglabel.
Luister naar een Gus Deloof compositie Bouncin’ Around op een Swingplaat met Philippe Bruin and his Swingband ( met Philippe Brun, Gus Deloof, André Cornille (trompet); Guy Paquinet, Joysse Breyere (trombone); Max Blanc, Charles Lisee (altsax); Noel Chiboust, Alix Combelle (tenorsax); Stephane Grappelly (piano) (!); Django Reinhardt (gitaar); Louis Vola (bas); Maurice Chaillou (slagwerk) ( (maart 1938)

Hugues Panassié en Charles Delaunay (de grote organisators van de Hot Club de France) vragen hem voor nieuwe opnamen met Amerikaanse musici die Parijs aandoen: Freddie Johnson, Benny Carter, Coleman Hawkins, en Bill Coleman met het kwintet van de Hot Club du France.
L'Orchestre d' Alix Combelle (met zangeres Claude Nell) (foto: Les Grands Orchestres de Music-Hall en France)
In maart 1935 is Alix Combelle aanwezig bij drie opnamen met Coleman Hawkins; in september van datzelfde jaar zet hij twee nummers op de plaat samen met het nét daarvóór opgerichte Quintette du Hot Club de France ( Crazy Rhythm en The Sheik of Araby’).
Als groot bewonderaar van de zwarte jazz-musici brengt hij in 1937 en ook in 1938 een bezoek aan de Verenigde Staten waar Tommy Dorsey hem voorstelt in zijn orkest te komen spelen. Dit bewijst zijn kwaliteiten als saxofonist. Dat gebeurt evenwel niet en even later is hij weer in Frankrijk te horen bij de band van Ray Ventura, waarin hij tot 1939 zal blijven optreden. Een groot en zeer goed orkest waarover ik nog wel eens iets zal schrijven.
Oorlogsperiode en de jaren daarna
Tijdens de eerste jaren van de bezetting (1940 – 1942) is hij de leider van het uitstekende Franse jazz-orkest Le Jazz de Paris. Daarin zitten talentvolle jongeren als de trompettisten Aimé Barelli en Christian Bellest. Vervolgens richt hij zijn eigen groep op dat tot in de jaren vijftig actief blijft en waarin soms muzikanten zitten die een grote toekomst tegemoet zijn gegaan.
Na de bevrijding speelt hij bovendien weer met enkele Amerikanen die dan in Parijs verblijven, zoals
Buck Clayton en Lionel Hampton.
Geleidelijk maakt de jazz echter plaats voor andere muziekgenres die kwalitatief goed zijn, maar originaliteit missen en omdat er brood op de plank moet komen. wijdt Alix Combelle zich in de jaren zestig en zeventig vooral aan het componeren en arrangeren voor platen, film, radio en tv. Zijn zoon Philippe is dan trouwens zeer actief als slagwerker in de Parijse jazzscene!
In februari 1978 overlijdt Alix Combelle in zijn woonplaats Mantes, nabij Parijs. Hij kan mét
André Ekyan tot de grootste vroegere saxofonisten van Frankrijk worden gerekend en is derhalve dus van betekenis geweest binnen de Europese jazzwereld.
Alix Combelle is in zijn beginjaren beïnvloed door de blanke Chicago muziek – waarvan soms nog iets in zijn spel te horen is – maar daarna is hij gepassioneerd geraakt door zwarte saxofonisten als Benny Carter, Chu Berry en vooral Coleman Hawkins. Hij is één van de eersten in Frankrijk die zich met weinig moeite en zonder uit de toon te vallen weet te integreren binnen de Amerikaanse zwarte bands. Dat men zijn spel wel vergelijkt met Hawkins en Carter zegt eigenlijk al meer dan genoeg. Tegen het einde van de dertiger jaren, als de eerste platen van Count Basie verschijnen, verandert zijn stijl iets, onder invloed van Herschel Evans en met name Lester Young. Na de oorlog hoort hij bij degenen die Hawkins en Young met elkaar proberen te verzoenen, net zoals Don Byas met wie hij overigens dan ook samenspeelt. Al deze invloeden hebben zijn eigen stijl echter niet wezenlijk veranderd. Hij slaagt er steeds in een oorspronkelijke speelwijze te creëren, misschien soms wat rauw, maar levendig, met korte frases, welluidend en altijd vol ideeën.
Georg Lankester - keepswinging@live.nl


Een BEPERKTE ALIX COMBELLE DISCOGRAFIE
Hans Koert
Een lijst met orkesten waarbij Alix Combelle als leider optrad:
Alix Combelle solo (met de Quintette du Hot club de France) ( 1935)
Alix Combelle et son Orchestre ( 1937)
Alix Combelle's Hot four (1938)
Alix Combelle and his Swing Band (1940)
Trio de Saxophones Alix Combelle (1940-1941)
Alix Combelle et le "Jazz de Paris" (1941)
Alix Combelle et son Ensemble (1942-1945)
Alix Combelle et son Orchestra ( 1951-1960)
Alix Combelle et son Quintette (1954)
Een lijst met orkestnamen, waarin Alix Combelle meespeelde:

Gregor et son Gregoriens (1929-1934)
Michel Warlop et son Orchestra (1934-1936)
Le Jazz du Poste Parisien ( 1934)
Germaine Sablon (1934)
Patrick et son Orchestre (1934-1935)
Coleman Hawkins ( Michel Warlop et son Orchestra ) (1935)
Andre Eykan et son Orchestre (1935)
Adelaide Hall (John Ellsworth and his Orchestra (1936)
Coleman Hawkins and his All Star Jam Band (1937)
Philippe Brun and his Swing Band (1937-1938)
Philippe Brun and his Jam Band (1937-1938 1940)
Orchestre Jazz Victor (1938)
Ray Ventura and his Orchestra (1938)
Benny Carter and his Orchestra (1938)
Fletcher Allen and his Orchestra (1938)
Eddie Brunner and his Orchestra (1938)
The Hot Club Swing Stars (1938)
Jazz Victor (1939)
Danny Polo and his Orchestra (1939)
Freddie Johnson and his Orchestra (1939)
Arthur Briggs and his Swing Band (1940)
Django's Music (1940)
Hubert Rostaing-Aime Barelli et leur Orchstre (1940)
Quintette du Hot Club de France (1940)
Christian Wagner et son Orchestre (1930)
Aime Barelli et son Orchestre (1941)
Pierre Fouad Quintette (1942)
Buck Clayton and his Orchestra (1949)
Andre Persiany et son Orchestre (1952)
Lionel Hampton (1953)
Buck Clayton Quintet/All Stars (1965)

Labels:

Sunday, May 03, 2009

Alix Combelle - the first French "black" jazz musician

Alix Combelle - the first French "black" jazz musician (English) Alix Combelle - de eerste Franse "zwarte" jazzmuzikant (Nederlands)

A limited Alix Combelle Discography

1912 - 1978
Alix Combelle - the first French "black" jazz musician
Georg Lankester
Translation: Hans Koert

In the early European jazz history, especially the 1930s in France, the years of the foundation of the Hot Club du France and the birth of the famous record label Swing, you will often find the name of Alix Combelle mentioned in combination with other great musicians like Stéphane Grappelli (written as ‘Grappelly’ in those days), Django Reinhardt, Louis Vola and André Ekyan. Let’s spotlight Alix Combelle today! This versatile musician played the tenor saxophone, the clarinet, was a vocalist, director of his orchestra, composer and arranger. The French nicknamed him: “Le premier négre du jazz, made in France” (= The first “black” French jazz musician).
Alix Combelle with Django Reinhardt and Stephane Grappelly
A musical start ………….
Alix was born in Paris on the 15th of June, 1912. His father was an alto saxophone player in the band of the Garde Républicaine, the Republican Garde, so ….. like father, like son. His first instrument was the drum, but soon he started to play the tenor saxophone although he also studied the alto and baritone saxophone as well as the clarinet. During the second half of the 1920s he wanted to become an engineer, but, fascinated by the music played in the Parisian dance halls, he stopped his study and became a fulltime jazz player.
He was often to be found at the l’Abbaye de Théléme, one of the first Parisian venues where Jazz was played. The pioneers of jazz, like trumpet player Alex Renard, Pierre Allier and Philippe Brun, trombone player Guy Paquinet, alto saxophonist André Ekyan, violin player Stephane Grappelli, guitar player Roger Chaput and the bass players Roger Allier and Roger Grasset played often in that venue.
Le Jazz de Paris of Alix Combelle. (photo: Les Grands Orchestres de Music Hall en France )
The 1930s.
In 1931 Combelle became part of the Bruno Orchestra and a year later he was one of the members of the Krikor Kelekian band. Krikor Kelekian, better known as the founder of the famous French band: Grégor et ses Grégoriens. Enjoy one of the records by Gregor et ses Gregoriens, titled Doin’ The Raccoon featuring Alix Combelle as part of the saxophone section.

He played in that band for one year and performed in other bands like Le Jazz du Poste Parisien from Lucien Moreweck, “Le Jazz Patrick” directed by trombone player Guy Paquinet and the Orchestre de Michel Warlop, which recorded for the new Swing label.
Enjoy the Gus Deloof composition Bouncin’ Around on a Swing record with Philippe Bruin and his Swingband ( featuring Philippe Brun, Gus Deloof, André Cornille (trumpets); Guy Paquinet, Joysse Breyere (trombone); Max Blanc, Charles Lisee (alto sax); Noel Chiboust, Alix Combelle (tenor sax); Stephane Grappelly (piano )(!); Django Reinhardt (guitar); Louis Vola (bass); Maurice Chaillou (drums) ( (March 1938)

Hugues Panassié and Charles Delaunay from the Hot Club de France asked Alix to accompany some US musicians, Freddie Johnson, Benny Carter, Coleman Hawkins and Bill Coleman to record as part of a quintet. In March 1935 Alix recorded two tunes with the new born Quintette du Hot Club de France, titled Crazy Rhythm and The Sheik of Araby.
L'Orchestre d' Alix Combelle (with vocalist Claude Nell) (photo: Les Grands Orchestres de Music-Hall en France)
In 1937 and 1938 Alix visited the States where he met Tommy Dorsey who invited him to join his band; it proofs his quality as a saxophone player.
Returned to France he became a member of the band of Ray Ventura; a great bands that needs to be spotlighted later.
The war and post-war period
During the German occupation he was the director of one of the best French jazz bands, labelled as Le Jazz de Paris, featuring some skilled trumpet players like Aimé Barelli and Christian Bellest. In the early 1940s he founded his own band, which would be active until the 1950s and featured a lot of skilful musicians. After the liberation from the German he accompanied some Americans visiting Europe like
Buck Clayton and Lionel Hampton.
In the 1950s and onwards Jazz is for Alix no longer the only music to make a living. During the 1960s and 1970s he composed and arranged music for films, radio and tv. His son Phillipe becomes a well known and active drummer in the Parisian jazz scene
Alix Combelle passed away in Mantes, a place near Paris. He is, together with
André Ekyan, one of the best saxophone players of the European jazz scene.

Alix Combelle was in the 1930s inspired by the white Chicagoan jazz style, but later he became fascinated by the black saxophone players Benny Carter, Chu Berry and especially Coleman Hawkins. He is one of the first European musicians to hold his own with the American musicians of those days. He is compared with musicians like Hawkins and Carter; a great compliment.
In the late 1930s his style of playing has been changed, due to the first Count Basie records with musicians like Herschel Evans and, of course,
Lester Young.
After the war he tried to bring, like Don Byas, both Hawkins and Young together.
All these influences mentioned above gave him his own personal style of playing his instrument; lively, sometimes a bit rough, with short phrases, but always with fresh ideas.
Georg Lankester - keepswinging@live.nl
(translation: Hans Koert)

A LIMITED ALIX COMBELLE DISCOGRAPHY
Hans Koert
A reference list of orchestra's under his own name:
Alix Combelle solo (with the Quintette du Hot club de France) ( 1935)
Alix Combelle et son Orchestre ( 1937)
Alix Combelle's Hot four (1938)
Alix Combelle and his Swing Band (1940)
Trio de Saxophones Alix Combelle (1940-1941)
Alix Combelle et le "Jazz de Paris" (1941)
Alix Combelle et son Ensemble (1942-1945)
Alix Combelle et son Orchestra ( 1951-1960)
Alix Combelle et son quintette (1954)
A list of orchestra's witch Alix Combelle as a sideman

Gregor et son Gregoriens (1929-1934)
Michel Warlop et son Orchestra (1934-1936)
Le Jazz du Poste Parisien ( 1934)
Germaine Sablon (1934)
Patrick et son Orchestre (1934-1935)
Coleman Hawkins ( Michel Warlop et son Orchestra ) (1935)
Andre Eykan et son Orchestre (1935)
Adelaide Hall (John Ellsworth and his Orchestra (1936)
Coleman Hawkins and his All Star Jam Band (1937)
Philippe Brun and his Swing Band (1937-1938)
Philippe Brun and his Jam Band (1937-1938 1940)
Orchestre Jazz Victor (1938)
Ray Ventura and his Orchestra (1938)
Benny Carter and his Orchestra (1938)
Fletcher Allen and his Orchestra (1938)
Eddie Brunner and his Orchestra (1938)
The Hot Club Swing Stars (1938)
Jazz Victor (1939)
Danny Polo and his Orchestra (1939)
Freddie Johnson and his Orchestra (1939)
Arthur Briggs and his Swing Band (1940)
Django's Music (1940)Hubert Rostaing-Aime Barelli et leur Orchstre (1940)
Quintette du Hot Club de France (1940)
Christian Wagner et son Orchestre (1930)
Aime Barelli et son Orchestre (1941)
Pierre Fouad Quintette (1942)
Buck Clayton and his Orchestra (1949)
Andre Persiany et son Orchestre (1952)
Lionel Hampton (1953)
Buck Clayton Quintet/All Stars (1965)

Labels: